De Vernissage is het resultaat van een reeks workshops fotografie en grafiek voor straatbewoners, en van de oneindige gesprekken die we voerden met hulpverleners, omwonenden en speurders der politie. Er zullen, zoals dat hoort, speechen worden afgestoken, er zal drank zijn en hapkes en er zal een bloedstollend lied vertolkt worden. En doorheen dit alles hoort u het waargebeurde en dus volstrekt onbevattelijke verhaal van een klein plein in het midden van de stad. Dat na afloop ook uw plein zal zijn. Zo gaat dat nu eenmaal in het moderne leven. De Vernissage is een samenwerking tussen Free Clinic, ‘t Vlot Straatpastoraat en het MartHa!tentatief. Met dank aan het Oude Badhuis.
gisterenavond hebben wij nen try out gedaan
en het was fantastisch den bart heeft – echt waar -
ne prachtige tekst geschreven
ge moet allemaal komen zien
komen zien komen zien komen zien komen zien komen zien
het is supergraaf
komt zien
komt luisteren naar het verhaal van
een klein plein in het midden van de stad
een plein met daarop een bibliotheek ne nachtwinkel café’s
een chinees restaurant
een plein vol basketters daklozen passanten bibliotheekbezoekers druggebruikers ontheemden dealers kunstliefhebbers
sommige mensen noemen het plein een rotte plek
vol rotte mensen
en ze zien niet willen niet zien willen niet weten
dat de mensen van het plein
ook mensen zijn
daarom noemen ze hen druggebruikers marginalen
uitschot en krapuul
daarom lopen ze hen snel voorbij kijken door heen
naast hen heen kijken ze dwarsdoor losdoor
hen heen
de afgelopen maanden hebben de mensen van het plein
getekend gefotografeerd en geschilderd
bart heeft met hen gesproken
heeft naar hen geluisterd
heeft met hun verhalen een nieuw verhaal geschreven
en gisterenavond op
de vernissage van de expositie ’straatkunst’
kregen 120 mensen dat verhaal te horen
er werd niet weggekeken
niet langs hen heen gekeken
niet voorbijgelopen
er werd geluisterd
naar de mensen van het plein
het was prachtig
komt dat zien komt dat zien komt dat zien komt dat zien

— Geschreven door Johan op 10 Apr 2010
dit is een alledaags plein
met een ongelooflijk verhaal
dat gelijk alle grote verhalen eens
om de zoveel jaar opnieuw verteld moet worden

daarom
beste lezers en lezerinnen van deze blog
vanaf dertien april
tot en met
8 mei
De Vernissage
het waargebeurde verhaal
van een klein plein in het midden van de stad
foto Stef Stessel
— Geschreven door Bart op 26 Mar 2010
Eén van de wonderlijkste mensen die we de afgelopen maand op het plein hebben ontmoet is Runaway Rosie. Het spreekt voor zich dat dat een schuilnaam is en toch ook weer niet. Want, zo vertelt ze ons, ze is 32 keer kunnen ontsnappen uit een gesloten instelling. En ze komt hier op het plein omwille van zijn naam. Het de coninckplein. Rosie heeft goede contacten met het koninklijk paleis, begrijpt ge. En als het lijkt dat ik dit allemaal opsom om Rosie belachelijk te maken, is dat niet de bedoeling. Want wat ik eigenlijk wil vertellen is hoe Runaway Rosie verdwalend van het ene visoen in het andere en wankelend langsheen de gapende afgronden der waanzin eigenlijk de verontrustende waarheid spreekt. Ze verwoordt beter dan welke gestudeerde socioloog of geharde hulpverlener de essentie van het plein; ‘t is precies klein amerika hier, dat plein, alleen de huizen zijn kleinder. Ge gaat naar daar en ge zit in chinatown, ge gaat naar daar en ge zit in las vegas, hier is junkietown, ja ‘t is klein amerika just ‘t zelfde.
Ik heb met mijn eigen ogen gezien hoe de mannen die bij valavond tegen de gevels hangen dieper in hun kappen wegduiken als Runaway Rosie verschijnt. Ik zie dingen die de andere mensen niet zien. De Marokkanen noemen mij hier Jenouna, de geest. En het is waar; ik ga de kilimanjaro binnen en ik kom dat ander café buiten. Precies een science-fiction film.
Gisterenavond heb ik opnieuw naar de woorden van Rosie geluisterd om het juiste fragment te kiezen dat zal worden gebruikt in het stuk. En dit zal het worden, omdat het de ideale aanleiding is om het te hebben over de mensen van heel de wereld die op het plein zijn komen aanspoelen; ik vind hier ongelooflijk veel geld, maar allemaal vreemd geld. Van alle landen heb ik bijna geld gevonden; ne egyptien, nen diram, ne peseta, nen bami… ik heb alle geld gevonden maar genen ene euro. Ik hoor de hele tijd geld vallen hier op ‘t plein en ‘t is vreemd geld. En iemand vraagt mij geld, ik zeg; hier! Maar die zegt; ‘ja maar dat is genen euro dat is allemaal vreemd geld!’
Toen ik vanochtend buitenkwam om een dagelijkse lading welpkes te vervoeren zag ik in de bak van de fiets (ja, wij hebben ne bakfiets en ik geef dat niet graag toe, waarom ik dat niet graag toegeef, ga ik u later eens uitleggen, als ik niet zo hard een punt moet maken als nu) dus toen ik vanmorgen buitenkwam zag ik in den bak van de bakfiets, jawel, prachtig en nooit gezien vreemd geld. Ik rilde heel even. En Jenouna, de geest van Runaway Rosie tochtte voorbij.
— Geschreven door Bart op 14 Mar 2010
Is dit plein gevaarlijker dan andere pleinen? Ik durf eraan te twijfelen. Maar de speurder der politie is resoluut.
“Ja. Objectief zelfs. Als ge de misdrijfcijfers ziet. Het komt iedere dag terug dat daar meer, in de buurt eromheen, meer diefstallen met geweld gebeuren als op een ander. Er zijn zo een paar plekken in de stad. Het schipperskwartier is er ook zo één van, en daar ook. Dat heeft misschien minder met drugs te maken dan met armoede. Maar ja absoluut.Op de as van het st jansplein en het coninckplein, daar heb je meer kans. Objectief gezien. Punt. Ja dus.”
De speurder der politie zal wel gelijk hebben en toch is gisteren weeral eens het tegendeel bewezen. Het tegendeel wordt eigenlijk permanent bewezen. De eekhoorn vergeet gemiddeld een keer per week de sleutel weer van de deur te halen als ze met een meute welpkes en kameraadjes van welpkes van ‘t school thuiskomt, of na een paar maar iets te veel wijntjes van ‘t café. En dan blijft die sleutel daar heel de nacht hangen. Of iemand draait de deur vast en steekt de sleutel gewoon in de bus. En één van de beste keren was toen een enorme neger doodgemoedereerd onze living binnenstapte om de sleutel af te geven. Toen heb ik de eekhoorn naar haar voeten gegeven, maar ik ben eigenlijk al even erg.
Gisteren had ik een afspraak op het plein. En ik kom daar aan met mijne fiets, ik geef hier een hand en daar ne kus en doe si een klapke en la ne zwans, ge kent dat, en vervolgens ben ik met mijn afspraak de kubus binnengewandeld en we zijn op de eerste verdieping gaan zitten. Op de eerste verdieping van de kubus, moet ge weten, hebt ge een perfect en panoramisch zicht op het plein en daar was mijn afspraak efkes ni goed van. Die wist niet dat hij zo bekeken kon worden de hele tijd. En ik was blij dat hij niet kon horen wat diezelfde speurder der politie ons daarover had gezegd;
“Ik blijf dat antroposifisch fantastisch vinden om daar af en toe nog eens te gaan zien. En dan durf ik wel es in het Permekegebouw te gaan zitten, en dat is nu heel oneerbiedig om te zeggen, om te gaan zien, gelijk als in planckendael, ik ga nog es naar de bonobo’s gaan zien. Want dat zijn looplijnen bekan wat die uitzetten op dat plein hè. Maar die zijn heel den dag aan het tetteren, en in mekanders nek.En van hier naar daar. Zo is dat toch de hele dag? Ik vind dat fenomenaal, ik vind dat ongelooflijk om dat te zien.
Ik besprak met mijn afspraak wat besproken moest worden en we moesten lachen omdat er juist weer veel opschudding was op het plein. Iemand reed rondjes op ne fiets en een aantal anderen vonden het niet goed dat die rondjes reed op die fiets. En met veel misbaar werd die van die fiets gesleurd en van het plein verjaagd. Het dagelijkse circus van het plein. Tot wij drie kwartier later weer op het plein kwamen en dat dat mijne fiets bleek. Die daar de hele tijd had gestaan. Los. Op het midden van het gevaarlijkste plein van de stad. Ik ben Frank, Anoushka en Alladin (zo noemt die dus echt) intens dankbaar, want die moesten alledrie elders zijn maar zijn speciaal voor mij en voor mijn fiets op het plein gebleven.
Sommige mensen hebben last van het onveiligheidsgevoel. En wij dus van het tegenovergestelde. Tot het tegendeel wordt bewezen…
— Geschreven door Bart op 13 Mar 2010
In het midden van het plein staat een indrukwekkende vrouw, uitzonderlijk zonder jas want het is heet, de beesten vallen uit de lucht en uit tientallen cafés weerklinken de zompige bassen van de jungle. De vrouw zonder jas staat stil, het plein vibreert. Honderden zwarte mannen, vrouwen en kinderen hebben plastieken cafetafeltjes buitengezet, bakken vis op roosters en vieren op geimproviseerde terassen het begin van de zomer. Tegen de leegstaande garage staan groepkes witte mensen, die af en toe samenklitten tot één groep en dan weer in brokskes uiteenvallen. Ze regelen luidruchtig hun zaken, hebben ruzie over een bagatel, een pas afgestudeerde pleinwerkster met electrisch haar probeert hen tevergeefs te sussen, maar de hitte en de blikken bier doen hun werk. Een straat verder, in een huis tegenover het vervallen klooster van de rijke zusters van het arme kind jezus, arresteert een indrukwekkende politiemacht een man die trots en zonder omkijken een geblindeerde wagen instapt. Op de veertiende verdieping van de DELAbuilding kan een vrouw die geacht wordt de datastroom te optimaliseren van een firma die toen nog Concentra heette haar aandacht niet bij de data houden. Want ze is na angstige jaren genezen verklaard. En ze is verliefd. Ze kijkt afwisselend naar haar telefoon, naar de digitale projectieklok aan de wand en naar de stad daar beneden waar een colonne politiewagens gillend naar de Oudaan scheurt. Ze kijkt naar het plein waar de aangroeiende terrassen een normale doorgang beletten, waar een groepke mensen een tandeloze vrouw met veel geschreeuw van het plein verjaagt, waar een vrouw zonder jas tot een besluit is gekomen. De vrouw zonder jas zet zich in beweging. En loopt een eerste afrikaans café binnen. Waarop het feest op het plein pas echt losbarst.
— Geschreven door Bart op 2 Mar 2010
In het midden van het plein staat een jas. Een grote spierwitte jas. En in die jas een vrouw. Een indrukwekkende vrouw in een indrukwekkende jas. Vrouw en jas staan stil. Minutenlang. Een sliert auto’s trekt traag voorbij. Mensen dwarsen het plein. Een tram arriveert, stopt en rijdt weer verder. De wereld draait. En zij staat stil. En kijkt tevreden rond. In het midden van haar hof, in het midden van het plein, in het midden van de wereld.
Over het plein verspreid staan groepkes mensen, die af en toe samenklitten tot één groep en dan weer in brokskes uiteenvallen. Ze groeten de jas en de vrouw erin, ze regelen hun zaken, spreken over michel die al weken in het ziekenhuis ligt en ze lachen openlijk met de man van de firma Placibel die voor de tweede keer deze week het verdwijnpaaltje komt repareren dat weer eens niet in de grond wil verdwijnen. Een man met een doos twijfelt welke richting uit. De ontwerpers ontwerpen. De klanten van de telefoonwinkel bellen naar de rest van de wereld. Op de veertiende verdieping van de DELA-building kan een vrouw, die geacht wordt de datastroom van het bedrijf Truvo te optimaliseren, haar gedachten niet bij de data houden. Ze kijkt afwisselend naar haar telefoon, naar de digitale projectieklok aan de muur en naar de stad daar beneden die af en toe in voorzichtig lentelicht wordt gevangen. Ze wacht op nieuws. En in het waterig zonneke daar beneden op het plein wacht Sylvia geduldig tot haar hondje klaar is. En niemand, buiten natuurlijk de vrouw in de jas, weet dat de grootvader van Sylvia het plein stichtte. Leo Kiebooms.
— Geschreven door Bart op 2 Mar 2010
Voor de zoveelste keer deze wondere winter is het plein ondergesneeuwd en wederom is het onnatuurlijk stil; geen auto’s, geen trams, geen oranje kuisploegen. Alsof ze het ervoor gedaan hebben. Om het tafereel maximaal te laten werken. Op de hoek van het witte plein is een zwarte vrouw gestrand. Ze rilt. Haar handen schrijnen. Ze weent.
Ze is vannacht vertrokken, vanuit haar oude huis in Guinee. De hele ochtend heeft ze een lichtgevende streep getrokken in de Afrikaanse lucht. Over de Middellandse zee. Zo tot hier. Duizenden kilometer verder. Dertig graden kouder. Ze heeft met haar twee imposante koffers een spoor over het plein getrokken, zo vanuit de straat van de leeuwen tot hier. En nu loopt haar spoor dood. Op tweehonderd meter van haar bestemming. Ze trilt. Ze heeft het koud. Ze weent.
De eekhoorn heeft haar een jas gegeven en handschoenen. En ik heb de eer de koffers te dragen. Op het einde van de straat kan ze alweer lachen. En als we voor haar deur afscheid nemen, vindt ze het prachtig. Sneeuw. En mijn hart slaagt tilt als ik ze in den hoerenblok zie verdwijnen.
— Geschreven door Bart op 26 Feb 2010
Het eerste bericht van het jaar. Over de eerste echte interviewdag van het project ‘de vernissage’, dat ergens eind april in première moet gaan. In de namiddag lang gesproken met Q. die mij vertelde dat ze vrijgezel is maar in haar leven al veel meer sex heeft gehad dan welk koppel ook. En daar schaterend om mee moet lachen. Q heeft altijd prachtige botten aan. Dat is één van de vele opvallende details die haar sieren. Nu eens knalrode. Dan weer diepblauwe. En vandaag boots met echt koeienvel. En zo zegt ze ; zie zijn al versleten, se, zie hier opzij, aan de wreven. En weet ge vanwa da komt ? Van te veel op barkrukken te zitten. En het is waar. Als ge op een barkruk zit moet ge u met uw voeten zo wat tegenhouden. Daar aan de wreef. En ineens werden die boots nog schoner. Nog doorleefder. Nog interessanter. Misschien, zo dacht ik ineens, moeten we die boots maar tentoonstellen op de vernissage.
In de vroege avond ‘de juffra’ gezien, die haar dagelijks broodje at in de kubus van de Permeke. De juffra is een nieuwe vriendin van deze zomer, van in café Capitole. Ik heb al eerder van haar verteld. En toen ik naar haar toeging om haar een gelukkige nieuwjaar te wensen, schoot ze vol. Dat ze kerstmis en nieuwjaar helemaal alleen had gevierd, dit jaar. Terwijl ze naar de muur in haar kamertje had zitten kijken, in het oneindig trieste gebouw dat door de mensen hier in de buurt gemeenzaam ‘de hoerenblok’ wordt genoemd…
En vanavond een drie uur durend en dus oneindig interessant interview gehad met Riet, één van de madammen van het Vlot. Het Vlot is de organisatie die de workshops organiseert die het onderwerp zijn van onze volgende voorstelling ‘de Vernissage van de expositie straatkunst door de verzamelde verslaafden van het de coninckplein’. Het Vlot is een pastorale werking die zich bekommert om de mensen van het plein waar niemand zich nog om bekommert. Omdat alle afkickprogramma’s niet hebben mogen baten. Omdat de enige uitweg nog is om te leven van dag tot dag, op het de Coninckplein.
En die Riet heeft niet één leven geleid. Maar ze is bezig aan haar vierde. Vier compleet verschillende levens ook. In andere landen. In andere hoedanigheden. (En dees is om u nieuwsgierig te maken naar de dag van morgen. Waar ik die drie uren ga moeten neerschrijven. Structureren . En herbeleven. En ga hervertellen. In alweer een splikslinternieuwe blog van uw
— Geschreven door Bart op 22 Feb 2010