donderdag 26 januari
ge maakt wa mee op tournee
De Vernissage is het resultaat van een reeks workshops fotografie en grafiek voor straatbewoners, en van de oneindige gesprekken die we voerden met hulpverleners, omwonenden en speurders der politie. Er zullen, zoals dat hoort, speechen worden afgestoken, er zal drank zijn en hapkes en er zal een bloedstollend lied vertolkt worden. En doorheen dit alles hoort u het waargebeurde en dus volstrekt onbevattelijke verhaal van een klein plein in het midden van de stad. Dat na afloop ook uw plein zal zijn. Zo gaat dat nu eenmaal in het moderne leven. De Vernissage is een samenwerking tussen Free Clinic, ‘t Vlot Straatpastoraat en het MartHa!tentatief. Met dank aan het Oude Badhuis.
Ik heb de gewoonte de 2 trapjes naar de ingang van het wassalon met 1 sprong te overbruggen maar vandaag bots ik tegen een gietijzeren traliewerk. Gesloten. Er hangt een wit papier met daarop de bekendmaking van het faillissement. Ik duw mijn neus tussen de tralies in de hoop een glimp van leven binnenin op te vangen. In mijn handen klem ik een plastic tas met daarin een frangipanetaart, een pruimentaart en een Nieuwjaarskaart om hen een hart onder de riem te steken. Ik ben te laat. Het dringt langzaam tot me door.
Via de andere kant weet ik toch nog binnen te geraken en daar heerst anarchie en chaos.
De karren staan niet op hun plek, de stofwolken zijn zichtbaarder dan ooit tevoren, overal hoopjes kleding en als kers op de taart zitten er enkelen te roken in de kantine wat voorheen ondenkbaar was. Het choqueert me wat. Op de één of andere manier is alles plots verloederd en armoedig en verloren, het is een slagveld geworden en een aantal moedigen probeert nog te redden wat er te redden valt.
Ik kijk naar de plek aan het raam van de naaister Françoise. Haar tafeltje is leeg.
Het schijnt dat ze als eerste gegaan is, op maandag al. Zij had een interimcontract en dan gelden er andere regels. Ze arriveerde in de ochtend en ze kon meteen weer vertrekken.
Zij heeft haar plekje geveegd voor ze wegging, en doeken over de naaimachines gelegd. Dat kan ik zien. Hardop pratend en iedereen missend heeft ze vermoedelijk de weg te voet naar huis afgelegd. Naar haar lege huis want op een mooi moment heeft ze mij verteld over haar gebroken hart.
Lieve Françoise, ik kan het niet goed uitleggen -en ik vermoed dat je dit nooit zal weten- maar ik acht je hoog.
Omdat ik weet wat het is om altijd alles alleen te moeten doen.
tekst – Caroline Rochlitz
beeld – Jimmy Kets
Ze komen hier al sinds de jaren ’40. Hij en zijn vrouw zijn gepensioneerd. Sinds hij ook op pensioen is helpt hij haar met de was en de boodschappen. Zijn vrouw rolt haar ogen onmerkbaar onder haar voorhoofd. Hij gaat rustig door met de sokken op te vouwen en wijst zijn vrouw erop dat er een sok ontbreekt en dat er dus 1 paar niet volledig is. Zij trekt haar neus op en rolt opnieuw met haar ogen.
Caroline Rochlitz – Foto: Jimmy Kets
Vandaag 19 oktober zat de jowan in brussel op een soort van conferentie over hoe en waar ge als programmator, als toneelgezelschap of kultureeel sentrum nieuwe publieken kunt vinden of gaan zoeken. Nu, de reden dat ik daar zat, was omdat wij met ons toneelgezelschap (het MartHa!tentatief) een toneel hebben gemaakt dat BANG noemt (Bang vertelt twee verhalen, één van hoe ik in de jaren 80 zijn opgegroeid en hoe ik toen ne schrik heb gepakt van Marokkanen en een ander, dat van de jamal, en hoe die ook in de jaren 80 is opgegroeid en hoe en waarom die toen kwaad was op de belgen), soit, de reden dat ik daar dus zat, was omdat wij dus een toneel hebben gemaakt dat BANG noemt en dat wij dat hetvolgende jaar ook in het frans willen gaan spelen. En die conferentie die was ook in het frans, want die was eigenlijk bedoeld voor franse, waalse en brusselse mensen die dat frans klappen, en daarom zat daar dus vol met programmatoren, en directeurs uit frankrijk, brussel en wallonie.
Ik heb dus nen helen dag frans geklapt. En mijn frans, dat is redelijk, maar dat is niet goed. En nu ben ik steendood van heel den dag keihard te moeten zoeken achter woorden waarvan ik wist wat ze wouen zeggen, maar niet hoe ze nu weer juist heetten. Dat was waanzin. Ik voelde mij terug persies veertien jaar. Kende dat ? Dat ge zo veertien zijt en zo een gesprek met volwassen aan het voeren zijt over de wereldproblematiek. En terwijl dat die volwassene zijne parlé afsteekt voelde bij u vanbinnen ongelooflijke, unieke en vernieuwende gedachten opborrelen die op het moment dat ge ze uitspreekt, uiteen blijken te vallen in euhs en aahs, en ja maar ik bedoel, en watdat ik wil zeggen is…
Awel zo ben kik dus heel den dag aan het converseren geweest vandaag. Gelijk nen taalgehandicapte heb kik enthousiast (ik kan niet anders dat is mijne natuur), heb kik enthousiast nen uitleg zitten doen over de Revue van het Ontembare Leven. (En als ge niet weet wat de Revue is, dan moet ge die maar is googelen of hier op deze blog eens wat rondneuzelen, maar ik zijn te moe, om dat nu nog te beginnen uitleggen)
Ik heb op die conferentie ongeveer acht verschillende mensen nen uitleg in het frans horen doen. En der waren der twee die ik heb kunnen volgen. Erik Coryn en Dirk Seghers. Dat waren der twee die in techt eigenlijk nederlands klappen. En nu denkte waarschijnlijk datdàt de reden is waarom dat ik hen wel kon volgen en de rest niet. Als ge dat denkt, dan hebt dat juist gedacht. Gemiddeld spreken wij nederlandstaligen ongeveer 150 woorden per minuut, awel die franstaligen die zaten denk ik aan het dubbele. Kwam er nog eens bij dat die tegen de micro aan het klappen waren in plaats van tegen de zaal. Waardoor dat zelfs al die franstaligen int slaap vielen. En zowel Erik Coryn als die Dirk Seghers, die konden keigoed klappen. Die klapten tegen het publiek, die hadden interessante dinges te vertellen, die waren grappig, en die klapten helder en overzichtelijk.
Erik Coryn is ne proffessor van de vub, die fantastische dingen te vertellen heeft over stedelijkheid. Hoe moeten we het samenleven organiseren in de moderne steden ? Daar zei die heerlijke dingen over als: en place de vivre ensemble à base de la communauté on doit vivre ensemble à base de la difference. En ook: Ce qu’on doit faire c’est documenter le présent. En ook nog: On doit construer un destin. Inventer une nouveau identité. En dat vind ik om deen of dander reden allemaal interessant. En dus was kik blij dat kik daar terecht was gekomen.
Verder nog naast een madam gezeten die, tot vijf dagen geleden verantwoordelijk was voor de culturele activiteiten van de Fnac in Parijs (ze hadden die juist buitengegooid omdat de fnac ne nieven directeur heeft die vind dat al dat cultureel gedoe te weinig opbrengt, wat misschien, vanuit economisch oogpunt, misschien ik weet dat niet, misschien wel waar is, wat spijtig is, wat… ik weet niet waar ik met deze gedachte nog naar toe wil..) ook nog geklapt met ne franstalige muzikant die een eigen platenlabel was opgestart, bekan verloren gereden op weg naar huis, jan desmet horen babbelen op de radio over bob dylan. Bob dylan horen zingen. En dan achter mijne computer gekropen. En dees geschreven.
‘Dit ben ik. Rechterheup naar achter, rechterknie in blok, geblokkeerd,
kan niet bewegen, ploft neer omdat het blok beweegt omdat de heup te
weinig mobiliteit heeft. Schouders; rechterschouder naar voor, linker naar
achter. Dus ge krijgt een compleet gedraaid persoon. Alsof ge een dweil
wilt uitwringen. Plus om die moeilijke houding, om die evenwichtkunsten te
compenseren ga ik met mijn hoofd (want dat is er uiteraard ook nog) en
mijn nek gaan werken, waardoor ik mijn hoofd in een gekunstelde positie
houd, met opgeheven kin waardoor ik loop alsof ik een hautain persoon ben,
wat ik zeker niet ben, in totaal niet, in tegendeel zelfs. Kunt u het zich
een beetje voorstellen? Dat ben ik dus.’ (interview Stefaan)