donderdag 15 maart – Johan in De Morgen
een interview…
uit het Belang van Limburg, 8/02/2012
interview met Johan Petit door André Grosemans:
Johan Petit is niet meer ‘Bang’ van Marokkanen
“EEN MAROKKAANSE BAKKER
IS VANDAAG NIET MEER EXOTISCH”
GENK – In ‘Bang’ vertelt Johan Petit de waargebeurde verhalen van twee jongens uit Borgerhout: dat van zichzelf en dat van Jamal Bouali. Virtuoos afwisselend, toont hij beide gezichtspunten om uiteindelijk vast te stellen dat beide meer gemeen hebben dan ze ooit durfden denken.
-
In 1996 heeft u samen met Bart Van Nuffelen het gezelschap ‘MartHa!tentatief’ opgericht. Van bij het begin wilde u theater maken over uw directe omgeving.
Johan Petit: “Inderdaad. Wij willen het hebben over onze tijd, over het land en over de stad waarin wij wonen. Daarbij nemen we vaak ons eigen leven uit uitgangspunt. We bestuderen de voortdurend veranderende wereld rondom ons, zo onbevangen mogelijk, we proberen te begrijpen wat er gaande. Daar schrijven we teksten over en maken er toneelvoorstellingen van.”
In de voorstelling ‘Bang’ vormen migranten het thema.
“Ik ben opgegroeid in Borgerhout. Als kind dacht ik dat er altijd Marokkanen waren geweest, maar die mensen woonden er toen nog maar een jaar of tien. Ze droomden zelf nog van ooit terug te keren naar hun land. Het was de tijd dat men het over ‘gastarbeiders’ had. Tegelijk werden ze ervaren als vreemde mensen. ‘Vremdelingen’, zei men, met één ‘e’. En wat men vreemd vindt, schrikt af. Daarover heb ik het in ‘Bang’. Vandaag bevinden we ons in een heel andere situatie. Jonge Marokkanen zijn hier geboren en hebben vaak geen band meer met het land van hun ouders of grootouders. Onderzoek heeft uitgewezen dat ze zich eerder Belg dan Marokkaan voelen.”
Mogen we zeggen dat uw kijk op de Marokkanen is veranderd nadat u Jamal Bouali had ontmoet?
“Absoluut. In hoge mate. Kijk, ik heb altijd tussen de Marokkanen gewoond, maar ik heb nooit een Marokkaanse vriend gehad. Stilaan is alles gaan veranderen. Een Marokkaanse bakker is vandaag niet meer exotisch. Mijn dochter zit met Marokkaantjes op school en vindt dat heel normaal. Ze neemt zelfs woordjes van hen over. Als ze wil benadrukken dat iets ‘echt waar’ is zegt ze: ‘Wollah, papa’. Letterlijk betekent dat eigenlijk ‘ik zweer het’. Tot ik Jamal was tegengekomen, had ik het gevoel dat ik weinig gemeen had met Marokkanen. Toen werden de overeenkomsten in onze levens duidelijk. Hij was in hetzelfde ziekenhuis geboren, in dezelfde buurt als ik opgegroeid. Vroeger zou ik iemand als Jamal als een Marokkaan hebben gezien, nu weet ik dat we allebei van Borgerhout zijn. De tijd heeft dat mogelijk gemaakt.”
U vertelt uw verhaal en dat van Jamal Bouali. Waarom speelt hij niet zijn eigen rol?
“Omdat ik acteur ben en hij niet, zou het simpele antwoord kunnen zijn. Maar er zit meer achter. Het is beter dat ik alleen de twee verhalen vertel, zeker als er een gemengd publiek in de zaal zit. Belgen herkennen zich eerder in de Belg die ik neerzet, Marokkanen in de Marokkaan. Als we met twee op het podium zouden staan, zou de toeschouwer meer sympathie voor het ene dan voor het andere personage kunnen opbrengen. En dat is uitgesloten nu een en dezelfde persoon aan het woord is.”
In Limburg speelt u in Genk en Houthalen-Helchteren, locaties met een grote allochtone gemeenschap.
“Ik denk dat het niet toevallig is dat ik net daar gevraagd ben.”
Verwacht u veel Marokkanen in de zaal?
“De ervaring van de afgelopen voorstellingen leert dat ze wel degelijk komen. Pas op, misschien maar met tien tot twintig op een hele zaal Belgen. Maar ja, er zijn dan ook veel meer Belgen dan Marokkanen.”
Is de sfeer anders als u voor een gemengd publiek speelt?
“Het is opvallend hoe verschillend Belgen en Marokkanen reageren op hetzelfde stuk. De Marokkanen lachen met iets waarmee de Belgen niet lachen. En andersom. De Marokkanen kunnen zich ook gekwetst voelen door een uitspraak waar de Belgen geen aanstoot aan nemen.”
U heeft het over lachen. Het is toch geen comedy wat u brengt?
“Neen, maar het is wel vaak grappig. Noem het maar een luchtige voorstelling die toch ergens over gaat.”
André GROSEMANS
-
‘Bang’ van en met Johan Petit, op 8/2 om 20.15 uur, C-Mine Cultuurcentrum Genk, (12 euro, 089/ 65 44 80, www.c-minecultuurcentrum.be) en op 23/3 om 20.15 uur, CC Casino Houthalen-Helchteren (12 euro, 011/89 07 02, www.houthalen-helchteren.be/casino),
www.marthatentatief.be
De jaren ‘80
ik ben opgegroeid
in borgerhout
een stuk stad met weinig bomen en heel veel huizen
en als kik daar nu op terug zien
dan vind kik den tijd waarin dat kik zijn opgegroeid
nen hele specialen tijd
de mensen gelooofden toen allemaal nog maar half in god
mijn ouder bv die gingen toen niet meer naar de mis
en de mis
voor de jongeren onder ons
de mis dat is eigenlijk een viering
een soort van verjaardagsfeest
maar dan elke week
en dat is in een kerk
en daar is dan ne pastoor
en ne pastoor dat is iemand die over god vertelt
die vertelt dan dat die overal is
en dat die alles weet
dat is eigenlijk ook een soort van sinterklaas
maar dan zonder zwarte piet
in tegenstelling tot sinterklaas
is god wel multicultureel verantwoord
en juist gelijk als bij sinterklaas
is dat bij god ook
als ge niet braaf zijt
dan gade ook
in de zak
en die zak van god
want god heeft dus wel degelijk ne zak
maar dan wel ne zak zonder ballen der in
en die zak die noemen ze de hel
en dat was eigenlijk een soort van sauna
waardat het constant 150 graden is
en als ge braaf waart
dan gingde niet naar de hel
dan mochte naar den hemel
en meer en meer geloofden mensen
dat dus allemaal nog maar half
die geloofden niet meer in de hel
maar wel nog in den hemel
mijn ouders ook
die gingen niet meer naar de mis
maar die gingen wel nog
na de mis
want tijdens de mis aten wij pistolets
na de mis gingen die naar de pax het parochiesentrum
en dan dronken die daar kaarten terwijl dat die aant pinten waren.
en watdat ook heel maf was
aan de jaren ‘80
dat was dat het toen ook oorlog was
en dat was nen hele specialen oorlog
dat was nen oorlog waarin dat eigenlijk niemand niet
aan het vechten was
der wier nergens niet geschoten
en der ontploften nergens geen bommen
en dat kwam omdatdat ne kouwen oorlog was
dat was eigenlijk een soort van vooroorlog
die vooraf ging aan nen echten oorlog
dat is een beetje gelijk als voorspel
dat is ook iet dat ge doet
voor dat den boel gaat ontploffen
en ook daar hedde soms
dat den boel dan achteraf toch niet ontploft
hoe hard dat ge uw best ook doet
soms komt het er gewoon niet van
persoonlijk heb kik dat nog nooit niet meegemaakt
maar ik ken wel vrienden die dat al is hebben voorgehad
en dat was nen hele spannende tijd
tussen west en oost europa stond er ne muur
en die muur
die noemden ze soms ook wel het ijzeren gordijn
omdat er boven op die muur overal pinnenkesdraad hing
en aan sweerskanten van die muur
stonden der atoomraketten
en die raketten die waren aan den ene kant
van de russen
en aan den andere kant
van de Amerikanen
en elk aan hunnen kant zaten
zowel die amerikanen als die russen
met hunne vinger op een knoppeke
klaar om daar op te duwen
en tegelijk hadden die ook schrik voor daar op te duwen
want als den ene daar op duwde
dan ging er een alarm af bij den andere
dadat die ene daar opgeduwd had
en dan en duwde die daar ook op
en dan ging heel de wereld ontploffen
en in die oorlog leefden wij
en wij
wij waren maar kinderen
wij hoorden dat half
wij snapten dat half
en wij waren bang
wij lagen wij in ons bed
met onze kop onder ons koppekussen
en wij konden totaal niet slapen
want heel der nachten lang dachten wij
dat die bommen elke moment op onze kop konden vallen
en het grellige was dat er ook hier
in belgie
in de limburg
in een klein pietepeuterig dorpke genaamd
kleinen brogel
ook zo van die raketten stonden
en iedereen in belgie
iedereen was daar tegen
behalve de politiekers
want der waren toen keiveel betogingen
iedereen wou die raketten hier weg
alhoewel niet iedereen
der waren ook mensen
die waren niet met veel
maar ze waren der wel
die voor die raketten waren
maar dat kwam
omdat die tegen de russen waren
nooit gesnapt voor watdatdat was
maar dat was wel zo
want ik weet nog goed
elken dag als kik naar tschool ging
dan passeeerde kik een raam waarop dat ne sticker plakte
en elken dag opnief als kik daar passeerde
dan keek ik naar die sticker
want ik snapte die niet
en daar stond op
liever een raket in mijne keuken dan ne rus in mijne hof.
Vandaag 19 oktober zat de jowan in brussel op een soort van conferentie over hoe en waar ge als programmator, als toneelgezelschap of kultureeel sentrum nieuwe publieken kunt vinden of gaan zoeken. Nu, de reden dat ik daar zat, was omdat wij met ons toneelgezelschap (het MartHa!tentatief) een toneel hebben gemaakt dat BANG noemt (Bang vertelt twee verhalen, één van hoe ik in de jaren 80 zijn opgegroeid en hoe ik toen ne schrik heb gepakt van Marokkanen en een ander, dat van de jamal, en hoe die ook in de jaren 80 is opgegroeid en hoe en waarom die toen kwaad was op de belgen), soit, de reden dat ik daar dus zat, was omdat wij dus een toneel hebben gemaakt dat BANG noemt en dat wij dat hetvolgende jaar ook in het frans willen gaan spelen. En die conferentie die was ook in het frans, want die was eigenlijk bedoeld voor franse, waalse en brusselse mensen die dat frans klappen, en daarom zat daar dus vol met programmatoren, en directeurs uit frankrijk, brussel en wallonie.
Ik heb dus nen helen dag frans geklapt. En mijn frans, dat is redelijk, maar dat is niet goed. En nu ben ik steendood van heel den dag keihard te moeten zoeken achter woorden waarvan ik wist wat ze wouen zeggen, maar niet hoe ze nu weer juist heetten. Dat was waanzin. Ik voelde mij terug persies veertien jaar. Kende dat ? Dat ge zo veertien zijt en zo een gesprek met volwassen aan het voeren zijt over de wereldproblematiek. En terwijl dat die volwassene zijne parlé afsteekt voelde bij u vanbinnen ongelooflijke, unieke en vernieuwende gedachten opborrelen die op het moment dat ge ze uitspreekt, uiteen blijken te vallen in euhs en aahs, en ja maar ik bedoel, en watdat ik wil zeggen is…
Awel zo ben kik dus heel den dag aan het converseren geweest vandaag. Gelijk nen taalgehandicapte heb kik enthousiast (ik kan niet anders dat is mijne natuur), heb kik enthousiast nen uitleg zitten doen over de Revue van het Ontembare Leven. (En als ge niet weet wat de Revue is, dan moet ge die maar is googelen of hier op deze blog eens wat rondneuzelen, maar ik zijn te moe, om dat nu nog te beginnen uitleggen)
Ik heb op die conferentie ongeveer acht verschillende mensen nen uitleg in het frans horen doen. En der waren der twee die ik heb kunnen volgen. Erik Coryn en Dirk Seghers. Dat waren der twee die in techt eigenlijk nederlands klappen. En nu denkte waarschijnlijk datdàt de reden is waarom dat ik hen wel kon volgen en de rest niet. Als ge dat denkt, dan hebt dat juist gedacht. Gemiddeld spreken wij nederlandstaligen ongeveer 150 woorden per minuut, awel die franstaligen die zaten denk ik aan het dubbele. Kwam er nog eens bij dat die tegen de micro aan het klappen waren in plaats van tegen de zaal. Waardoor dat zelfs al die franstaligen int slaap vielen. En zowel Erik Coryn als die Dirk Seghers, die konden keigoed klappen. Die klapten tegen het publiek, die hadden interessante dinges te vertellen, die waren grappig, en die klapten helder en overzichtelijk.
Erik Coryn is ne proffessor van de vub, die fantastische dingen te vertellen heeft over stedelijkheid. Hoe moeten we het samenleven organiseren in de moderne steden ? Daar zei die heerlijke dingen over als: en place de vivre ensemble à base de la communauté on doit vivre ensemble à base de la difference. En ook: Ce qu’on doit faire c’est documenter le présent. En ook nog: On doit construer un destin. Inventer une nouveau identité. En dat vind ik om deen of dander reden allemaal interessant. En dus was kik blij dat kik daar terecht was gekomen.
Verder nog naast een madam gezeten die, tot vijf dagen geleden verantwoordelijk was voor de culturele activiteiten van de Fnac in Parijs (ze hadden die juist buitengegooid omdat de fnac ne nieven directeur heeft die vind dat al dat cultureel gedoe te weinig opbrengt, wat misschien, vanuit economisch oogpunt, misschien ik weet dat niet, misschien wel waar is, wat spijtig is, wat… ik weet niet waar ik met deze gedachte nog naar toe wil..) ook nog geklapt met ne franstalige muzikant die een eigen platenlabel was opgestart, bekan verloren gereden op weg naar huis, jan desmet horen babbelen op de radio over bob dylan. Bob dylan horen zingen. En dan achter mijne computer gekropen. En dees geschreven.