
Ik heb de gewoonte de 2 trapjes naar de ingang van het wassalon met 1 sprong te overbruggen maar vandaag bots ik tegen een gietijzeren traliewerk. Gesloten. Er hangt een wit papier met daarop de bekendmaking van het faillissement. Ik duw mijn neus tussen de tralies in de hoop een glimp van leven binnenin op te vangen. In mijn handen klem ik een plastic tas met daarin een frangipanetaart, een pruimentaart en een Nieuwjaarskaart om hen een hart onder de riem te steken. Ik ben te laat. Het dringt langzaam tot me door.
Via de andere kant weet ik toch nog binnen te geraken en daar heerst anarchie en chaos.
De karren staan niet op hun plek, de stofwolken zijn zichtbaarder dan ooit tevoren, overal hoopjes kleding en als kers op de taart zitten er enkelen te roken in de kantine wat voorheen ondenkbaar was. Het choqueert me wat. Op de één of andere manier is alles plots verloederd en armoedig en verloren, het is een slagveld geworden en een aantal moedigen probeert nog te redden wat er te redden valt.
Ik kijk naar de plek aan het raam van de naaister Françoise. Haar tafeltje is leeg.
Het schijnt dat ze als eerste gegaan is, op maandag al. Zij had een interimcontract en dan gelden er andere regels. Ze arriveerde in de ochtend en ze kon meteen weer vertrekken.
Zij heeft haar plekje geveegd voor ze wegging, en doeken over de naaimachines gelegd. Dat kan ik zien. Hardop pratend en iedereen missend heeft ze vermoedelijk de weg te voet naar huis afgelegd. Naar haar lege huis want op een mooi moment heeft ze mij verteld over haar gebroken hart.
Lieve Françoise, ik kan het niet goed uitleggen -en ik vermoed dat je dit nooit zal weten- maar ik acht je hoog.
Omdat ik weet wat het is om altijd alles alleen te moeten doen.
tekst – Caroline Rochlitz
beeld – Jimmy Kets
— Geschreven door Bart op 9 Jan 2012

Tijdens de schof van 12.30u wordt er druk gepraat over wat komen gaat en over wat was.
Ze roken bijna allemaal en terwijl Danuta er nog eentje opsteekt zegt ze heel ernstig dat nicotinepleisters absoluut niet helpen. Vervolgens begint ze te bellen in het Pools.
Marianne kijkt uit naar ander werk. Ze heeft iets op het oog in een restaurant op de Grotesteenweg. Maar dat blijkt nu veel meer te zijn dan enkel opdienen. Ook administratie en zo. En ze zou in shifts moeten werken, ook shifts tot laat in de avond. En dat ziet ze niet zitten met haar kindje.
Greta: ‘Ze hadden eerder moeten vernieuwen. Vroeger stonden hier 4 mangels, nu nog maar 1 en die werkt dan nog maar den helft z’n gat.’
Anita: ‘En de oude bazen steken het op de nieuwe en de nieuwe steken het op de oude. Maar wij zitten wel met de gebakken peren.’
Greta: ‘Ergens anders gaan werken, pff. Hier hebben we zoveel vrijheid, ge zijt uw eigen baas. Of zo voelt dat toch. Op een ander ga ik zoiets niet meer vinden vrees ik.’
Danny: ‘Ander werk zoeken. We moeten wel. We staan ervoor en we moeten erdoorheen.’
Jessy: ‘Ja, ander werk zoeken. Maar ga ik nog ander werk vinden? Ik ben de 50 gepasseerd. Ik heb er schrik voor.’
Nelly: Ik heb gelezen in de krant dat het voor 50-plussers heel moeilijk is om werk te vinden.’
Danny: ‘En ga ik het wel kunnen vinden met mijn collega’s op een nieuw werk? Dat weet je niet.
Murat: ‘Ja, als het sluit ander werk zoeken. Wat anders? Mij ophangen? Van gebouw springen? In Marokko mag dat niet, zelfmoord plegen. Dat is verboden. Dan laten ze je liggen, smijten ze je in een put zonder iets.
Katrien: ‘Ja, maar ze mogen wel met een vliegtuig in een toren vliegen. Dat mogen ze wel.’
Murat: ‘Ja, da’s waar’.
Vanessa: ‘Ik werk hier al 30 jaar en ik vind het niet erg dat het gaat sluiten. Tijd voor iets anders. Het is ook normaal. Wie heeft er nu tegenwoordig geen wasmachine en droogkast thuis?
Ik geloof niet dat het hier wordt overgenomen. Waar kan dat hier nog voor dienen? Ik denk eerder aan serviceflats of zo. Dat zou hier ideaal zijn. Ik zie dat al voor me, schone flats met zo een binnenkoer. Als wij dan oud zijn, dan komen wij hier op de binnenkoer op een bankske zitten en zeggen we: Weet ge nog vroeger? Toen dat hier een wasserette was? Hahaha.’
- tekst Caroline Rochlitz
- beeld Jimmy Kets
— Geschreven door Bart op 5 Jan 2012

Bionda werkt hier al 12 jaar. Zij staat achter de toonbank in de 4 winkels van de wasserij. In Edegem, Brasschaat, Mechelen en hier in Antwerpen. Ze staat samen met Joline achter de balie van de natte was. Bionda lacht en zegt dat ze 4 jobs doet voor één pre. Bionda haar man heeft darmkanker gehad. Ze hadden niet door dat het zo ernstig was toen ze in het ziekenhuis waren. Ze hebben hem onmiddellijk geopereerd en het gezwel eruit gehaald. Dat was 5 jaar geleden en sindsdien is hij gezond. En ze begrepen het wel in het wassalon, de bazen. Ze hebben er niet moeilijk over gedaan dat ze thuisbleef. Maar zij heeft ook al veel voor het wassalon gedaan. Het is geven en nemen. Ze is nog steeds verliefd op haar man zegt ze. ‘Als straks de sirene gaat dan ren ik naar huis om hem te zien. Ik ben na 34 jaar nog altijd smoorverliefd op hem.’ Ze is trots dit aan mij te kunnen zeggen. Ik sta met mijn mond vol tanden.
tekst – caroline rochlitz foto- jimmy kets
— Geschreven door Bart op 28 Dec 2011

Aangezien ik ontslagen ben in het wassalon heb ik nu voldoende tijd om mijn wassaloncarrière van me af te schrijven.
Mijn collega’s in het wassalon denken vaak heel wisselend over migranten en diversiteit en daar is eigenlijk geen touw aan vast te knopen. Onderstaand vind je twee gesprekjes die zich zonder moeite in dezelfde kantine afgespeeld hebben.
Dag 1:
Danny: ‘Ik ben een homo ja. Er zijn er die mij daarom niet af kunnen.’
Fatima: ‘Ik heb hetzelfde probleem als jou Danny. Sommige collega’s kunnen ook niet met me om omdat ik Turks ben.’
Danny: ‘Homo’s en vreemdelingen zijn altijd de klos.’
Fatima: ‘Ik kan niks goed doen. Als ik niet werk is het niet goed. Als ik werk is het ook niet goed. Als ik Turks spreek is het niet goed. Als ik Nederlands spreek is het ook niet goed. Ik weet niet wat ik moet doen.’
Heidi: ‘En onze Poolse collega’s! Die zijn superlief en werken hard. Ok, soms is het niet evident. Als je Jusza moet uitleggen hoe de mangel werkt dan doe je dat in het Engels maar dat is moeilijk. Voor haar en voor mij. Ach ja, uiteindelijk komt dat altijd wel goed. Maar niet iedereen vindt hen tof. En dat is echt puur omdat ze Pools zijn.’
Dag 2:
Danny: ‘Al die allochtonen die hier aankomen! Daar heb ik 2 woorden voor: OCMW en dop.’
Heidi: ‘Ja, en vroeger kregen ze er nog een cheque bovenop. Maar dat is nu niet meer, dat hebben ze gelukkig afgeschaft.’
(Fatima zit erbij en schudt haar hoofd.)
Verbijsterd hoor ik dit aan, hun gesprekje van dag 1 indachtig en net als Fatima schud ik in stilte mijn hoofd.
tekst – caroline rochlitz foto – jimmy kets
— Geschreven door Bart op 27 Dec 2011

Om eerlijk te zijn lijkt de wasserij soms op de recreatieruimte van een bejaardentehuis. Bonnette is één van de vaste bezoekers en doet altijd een klapke met mij. Het intrigerende is dat haar man op het ene moment morsdood is en op het volgende moment springlevend is.
‘Mijne man heeft een fles White Spirit over zijn pull gegoten en ik heb dat de hele nacht buiten laten hangen om die geur weg te krijgen en nu kom ik het hier wassen. Ja, zo ne pull kan ik nu toch niet laten liggen.
Maar ik kom hier graag. Al 55 jaar. Maar ze zeggen dat het gaat sluiten hè. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik weet niet wat ik moet doen (ze kijkt wanhopig, alsof haar hele bestaan door de sluiting vernietigd dreigt te worden).
Er is wel een wasserette bij mij in de buurt maar daar wil ik niet binnen. Dat zijn allemaal Indiërs, Turken en Marokkanen en die denken toch anders over wassen dan wij. Die doen dat anders. Die wassen alles op 30°. Want dat is goedkoper. En ik durf mijne was daar dan niet insteken na hunne was. Dat is mij te vuil. Dat vertrouw ik niet. Hier komt enkel proper volk. Het is nergens anders zo proper als hier. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik ben ondertussen 78 jaar, ik kan ook niet blijven sleuren met zakken was.
Ik heb al gedacht om zo es een wasserette binnen te stappen en es ne proefwas te draaien in zo een machien. Ne was met handdoeken en zakdoeken en dan kijken hoe dat eruit komt. Ik gaan wel moeten, ik heb geen keus.
Toen mijne man nog leefde hebben we geprobeerd een wasmachien te zetten in de badkamer maar we konden geen fatsoenlijke afloop steken. Tja, en dan houdt het op hè.’
Even denk ik dat het mis begrepen heb maar ze kijkt zo vol overtuiging naar me dat ik er nog niet over peins haar te verbeteren. Hij is vast een fijne man geweest en hij is niet dood maar wel onhandig aangezien hij een fles White Spirit over zijn pull heeft gegoten. Ik vind het goed.
tekst: Caroline Rochlitz – foto: Jimmy Kets
— Geschreven door Bart op 23 Dec 2011

Ze komen hier al sinds de jaren ’40. Hij en zijn vrouw zijn gepensioneerd. Sinds hij ook op pensioen is helpt hij haar met de was en de boodschappen. Zijn vrouw rolt haar ogen onmerkbaar onder haar voorhoofd. Hij gaat rustig door met de sokken op te vouwen en wijst zijn vrouw erop dat er een sok ontbreekt en dat er dus 1 paar niet volledig is. Zij trekt haar neus op en rolt opnieuw met haar ogen.
Caroline Rochlitz – Foto: Jimmy Kets
— Geschreven door Bart op 20 Dec 2011

Voor een nieuw project van het fenomenale MartHa!tentatief ben ik sinds enkele dagen welhaast dagelijks te vinden in een oud wassalon. Je kan er zelf wassen en drogen en strijken maar je kan ook gewoon je was afgeven en dan wassen zij voor jou! Als dat niet prachtig is.
Dit wassalon werd opgericht op een zomerse zondag in augustus 1933. Het (toen nog gloednieuwe) concept sloeg onmiddellijk aan. Langzaam maar zeker werden ze groot en de oorlog overleefden ze zonder grote brokken te maken en vanaf de jaren ’60 kon het feest niet op. In die jaren werkten er 300 mensen en dit wassalon was gewoonweg ‘the place to be’.
In 1973 ging het de foute kant op met de oliecrisis en eigenlijk is die neerwaartse spiraal nooit meer gestopt.
De realiteit op dit moment is als volgt:
Nu werken er nog maximum 45 mensen en vandaag op deze regenachtige dag in december 2011 legt het bedrijf de boeken neer en wacht men op de komst van de curator.
Ik denk aan Hortense die er beginnen werken is op haar 14 en nu 68 is en nog steeds twee dagen per week komt werken omdat ze haar ‘tweede thuis’ niet missen kan. Ook Francine en Mia zijn er begonnen op hun 15. Maar zij kunnen op pensioen gaan. Ik denk aan al degenen tussen de 45 en 55 jaar die bang zijn om hun toekomst. Wesley zegt dat hij compassie heeft met al die collega’s want hij is nog maar 29 en is sterk en handig en dus zal werk vinden geen probleem zijn. ‘Maar wat met al die theedrinkende vrouwtjes?’ zegt hij.
En ineens moet ik denken aan mijn eigen vader die van zijn 20 jaar in een konijnenlooierij gewerkt heeft bij zijn nonkel en het dan heeft overgenomen op zijn dertigste en daar dag en nacht gewerkt heeft tot zijn 65e. Dat is 45 jaar. Dag in dag uit. En tot mijn verdriet en schaamte moet ik erkennen dat ik me de laatste dag van de looierij niet kan herinneren. En niet omdat ik in een coma lag maar omdat ik er gewoonweg geen aandacht aan besteed heb. Was er nog iemand over van de werknemers om een glas mee te drinken? Of heeft hij die laatste dag helemaal alleen die deur dicht gedaan terwijl mijn moeder hem vanuit het keukenraam gadesloeg? Waarom was ik niet daar? Waar was ik in godsnaam?
Met een baksteen in mijn maag heb ik het wassalon vandaag verlaten. Men heeft mij gevraagd niet meer terug te komen. Het is nu allemaal te gevoelig geworden.
Goed dat ik hier wel bij was.
Caroline
tekst: Caroline Rochlitz - foto: Jimmy Kets
— Geschreven door Bart op 19 Dec 2011