Van begin 2010 tot eind 2011 werkt het MartHa!tentatief aan Revue van het Ontembare Leven. Anderhalf jaar lang berichten, feestavonden en toneelstukken over het leven in de stad aan het begin van de 21ste eeuw.
Revue van het Ontembare Leven is een zoektocht naar verhalen die al te lang onverteld zijn gebleven. Over mensen die hier gisteren zijn aangespoeld, of veertig jaar geleden, of die hier al heel hun leven wonen. Over de bewoners van een onwerkelijk plein. Over Polen op een bank in het park. Over een school vol kinderen. Een wachtzaal vol doden. Over onszelf in ons huis.

Aangezien ik ontslagen ben in het wassalon heb ik nu voldoende tijd om mijn wassaloncarrière van me af te schrijven.
Mijn collega’s in het wassalon denken vaak heel wisselend over migranten en diversiteit en daar is eigenlijk geen touw aan vast te knopen. Onderstaand vind je twee gesprekjes die zich zonder moeite in dezelfde kantine afgespeeld hebben.
Dag 1:
Danny: ‘Ik ben een homo ja. Er zijn er die mij daarom niet af kunnen.’
Fatima: ‘Ik heb hetzelfde probleem als jou Danny. Sommige collega’s kunnen ook niet met me om omdat ik Turks ben.’
Danny: ‘Homo’s en vreemdelingen zijn altijd de klos.’
Fatima: ‘Ik kan niks goed doen. Als ik niet werk is het niet goed. Als ik werk is het ook niet goed. Als ik Turks spreek is het niet goed. Als ik Nederlands spreek is het ook niet goed. Ik weet niet wat ik moet doen.’
Heidi: ‘En onze Poolse collega’s! Die zijn superlief en werken hard. Ok, soms is het niet evident. Als je Jusza moet uitleggen hoe de mangel werkt dan doe je dat in het Engels maar dat is moeilijk. Voor haar en voor mij. Ach ja, uiteindelijk komt dat altijd wel goed. Maar niet iedereen vindt hen tof. En dat is echt puur omdat ze Pools zijn.’
Dag 2:
Danny: ‘Al die allochtonen die hier aankomen! Daar heb ik 2 woorden voor: OCMW en dop.’
Heidi: ‘Ja, en vroeger kregen ze er nog een cheque bovenop. Maar dat is nu niet meer, dat hebben ze gelukkig afgeschaft.’
(Fatima zit erbij en schudt haar hoofd.)
Verbijsterd hoor ik dit aan, hun gesprekje van dag 1 indachtig en net als Fatima schud ik in stilte mijn hoofd.
tekst – caroline rochlitz foto – jimmy kets
— Geschreven door Bart op 27 Dec 2011

Om eerlijk te zijn lijkt de wasserij soms op de recreatieruimte van een bejaardentehuis. Bonnette is één van de vaste bezoekers en doet altijd een klapke met mij. Het intrigerende is dat haar man op het ene moment morsdood is en op het volgende moment springlevend is.
‘Mijne man heeft een fles White Spirit over zijn pull gegoten en ik heb dat de hele nacht buiten laten hangen om die geur weg te krijgen en nu kom ik het hier wassen. Ja, zo ne pull kan ik nu toch niet laten liggen.
Maar ik kom hier graag. Al 55 jaar. Maar ze zeggen dat het gaat sluiten hè. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik weet niet wat ik moet doen (ze kijkt wanhopig, alsof haar hele bestaan door de sluiting vernietigd dreigt te worden).
Er is wel een wasserette bij mij in de buurt maar daar wil ik niet binnen. Dat zijn allemaal Indiërs, Turken en Marokkanen en die denken toch anders over wassen dan wij. Die doen dat anders. Die wassen alles op 30°. Want dat is goedkoper. En ik durf mijne was daar dan niet insteken na hunne was. Dat is mij te vuil. Dat vertrouw ik niet. Hier komt enkel proper volk. Het is nergens anders zo proper als hier. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik ben ondertussen 78 jaar, ik kan ook niet blijven sleuren met zakken was.
Ik heb al gedacht om zo es een wasserette binnen te stappen en es ne proefwas te draaien in zo een machien. Ne was met handdoeken en zakdoeken en dan kijken hoe dat eruit komt. Ik gaan wel moeten, ik heb geen keus.
Toen mijne man nog leefde hebben we geprobeerd een wasmachien te zetten in de badkamer maar we konden geen fatsoenlijke afloop steken. Tja, en dan houdt het op hè.’
Even denk ik dat het mis begrepen heb maar ze kijkt zo vol overtuiging naar me dat ik er nog niet over peins haar te verbeteren. Hij is vast een fijne man geweest en hij is niet dood maar wel onhandig aangezien hij een fles White Spirit over zijn pull heeft gegoten. Ik vind het goed.
tekst: Caroline Rochlitz – foto: Jimmy Kets
— Geschreven door Bart op 23 Dec 2011

Ze komen hier al sinds de jaren ’40. Hij en zijn vrouw zijn gepensioneerd. Sinds hij ook op pensioen is helpt hij haar met de was en de boodschappen. Zijn vrouw rolt haar ogen onmerkbaar onder haar voorhoofd. Hij gaat rustig door met de sokken op te vouwen en wijst zijn vrouw erop dat er een sok ontbreekt en dat er dus 1 paar niet volledig is. Zij trekt haar neus op en rolt opnieuw met haar ogen.
Caroline Rochlitz – Foto: Jimmy Kets
— Geschreven door Bart op 20 Dec 2011

Voor een nieuw project van het fenomenale MartHa!tentatief ben ik sinds enkele dagen welhaast dagelijks te vinden in een oud wassalon. Je kan er zelf wassen en drogen en strijken maar je kan ook gewoon je was afgeven en dan wassen zij voor jou! Als dat niet prachtig is.
Dit wassalon werd opgericht op een zomerse zondag in augustus 1933. Het (toen nog gloednieuwe) concept sloeg onmiddellijk aan. Langzaam maar zeker werden ze groot en de oorlog overleefden ze zonder grote brokken te maken en vanaf de jaren ’60 kon het feest niet op. In die jaren werkten er 300 mensen en dit wassalon was gewoonweg ‘the place to be’.
In 1973 ging het de foute kant op met de oliecrisis en eigenlijk is die neerwaartse spiraal nooit meer gestopt.
De realiteit op dit moment is als volgt:
Nu werken er nog maximum 45 mensen en vandaag op deze regenachtige dag in december 2011 legt het bedrijf de boeken neer en wacht men op de komst van de curator.
Ik denk aan Hortense die er beginnen werken is op haar 14 en nu 68 is en nog steeds twee dagen per week komt werken omdat ze haar ‘tweede thuis’ niet missen kan. Ook Francine en Mia zijn er begonnen op hun 15. Maar zij kunnen op pensioen gaan. Ik denk aan al degenen tussen de 45 en 55 jaar die bang zijn om hun toekomst. Wesley zegt dat hij compassie heeft met al die collega’s want hij is nog maar 29 en is sterk en handig en dus zal werk vinden geen probleem zijn. ‘Maar wat met al die theedrinkende vrouwtjes?’ zegt hij.
En ineens moet ik denken aan mijn eigen vader die van zijn 20 jaar in een konijnenlooierij gewerkt heeft bij zijn nonkel en het dan heeft overgenomen op zijn dertigste en daar dag en nacht gewerkt heeft tot zijn 65e. Dat is 45 jaar. Dag in dag uit. En tot mijn verdriet en schaamte moet ik erkennen dat ik me de laatste dag van de looierij niet kan herinneren. En niet omdat ik in een coma lag maar omdat ik er gewoonweg geen aandacht aan besteed heb. Was er nog iemand over van de werknemers om een glas mee te drinken? Of heeft hij die laatste dag helemaal alleen die deur dicht gedaan terwijl mijn moeder hem vanuit het keukenraam gadesloeg? Waarom was ik niet daar? Waar was ik in godsnaam?
Met een baksteen in mijn maag heb ik het wassalon vandaag verlaten. Men heeft mij gevraagd niet meer terug te komen. Het is nu allemaal te gevoelig geworden.
Goed dat ik hier wel bij was.
Caroline
tekst: Caroline Rochlitz - foto: Jimmy Kets
— Geschreven door Bart op 19 Dec 2011
…en toen kreeg de jowan ne flash.
Ik zat ergens in berchem in een bakkerij ne koffie te drinken met den dirk. We klapten over pol verhaeghe die nen boek had geschreven getiteld: het einde van de psychotherapie. En die pol verhaeghe beweert in dat boek, maar ook in een interview in den humo, dat er tegenwoordig superveel kinderen zijn met adhd en autismespectrumstoornissen en dyslexie en dyscalculie. En dat elk ’speciaal’ kind tegenwoordig een etiket krijgt opgeplakt waarop staat, wat voor soort kind dat het is. Hij zegt ook nog dat de hulpverlening de schuld niet meer bij de kinderen of hun ouders legt. Nee, de hulpverlening gaat er van uit dat er in de hersenen van die adhdejers een hoop schakelingen verkeerd geschakeld zijn. En Pol Verhaeghe beweert dat daar wetenschappelijk geen bewijs voor is. Hij vindt het ook verkeerd dat de dokters en psychologen al die adhdejers rilatine geven. De meeste adhdejers zijn volgens hem eigenlijk gewoon drukke kinderen die, als ge ze goed opvoedt en begeleidt, perfect kunnen functioneren. En hij vond ook nog dat al die klein mannen van tegenwoordig zo onrustig en nerveus zijn, omdat de wereld van vandaag zo versplinterd is, dat er teveel informatie is, teveel keuze en dat alles te rap gaat en te druk is.
En ik word altijd een beetje onrustig als ik zo ne parlé hoor. Omdat ik zelf ADHD heb. Allé, ik ben daar niet zeker van, maar ik heb ooit nen test op het inertnet gedaan. En volgens die test had ik ADHD. En ik was eigenlijk heel blij toen ik dat etiketje op mijn vest kon plakken. Want ineens begreep ik waarom ik heel den tijd mijne frak kwijt geraak, waarom ik boeken vergeet terug te brengen naar de bibliotheek en waarom handschoenen bij mij in het beste geval éne winter meegaan. En ik was blij, omdat ik, sinds ik dat weet, van mijn schuldgevoel vanaf zijn. Omdat het niet gaat over een gebrek aan wilskracht, maar wel om een structurele fout in mijn hersenen. Dat etiket zorgt ervoor dat ik de dingen nu anders aanpak. In plaats van ‘harder mijn best te doen’, verplicht ik mijn eigen om elke morgen in mijnen agenda te zien. Ik stuur heel den tijd mails naar mijn eigen om te zeggen wat ik nog allemaal moet doen en ik gebruik mijne gsm als een soort van extern geheugen. Ik ben echt superblij met al die etiketten. Omdat er daardoor geen ’stoute kinderen’ niet meer bestaan. Omdat er nu veel meer dan vroeger naar oorzaken wordt gezocht. En toegegeven, de oplossingen zijn niet altijd juist. Er wòrden te gemakkelijk en te veel pillen voorgeschreven. We leven sneller, er is weinig tijd en er we hebben te veel stress. Dat zijn de problemen van onzen tijd. Maar waar ik de boebelen van krijg, waar ik echt van in blazen trek, dat is, dat er ergens achter de parlé van Pol Verhaeghe, onuitgesproken, een gevoel sluimert dat het vroeger beter was. En dat kan ik niet aan. Want het was vroeger niet beter. Het was anders. Elken tijd heeft zijn eigen gebreken.
— Geschreven door Johan op 25 Oct 2011
… en toen kreeg de jowan ne flash.
Ik zat in een bakkerij in berchem met den dirk te klappen over adhd en pol verhaeghe. En tijdens dat gesprek was ik juist tot de constatatie gekomen dat er tegenwoordig heel veel interviews worden gegeven waarin den tijd van nu, bekeken en vergeleken wordt met vroeger. En dat komt, omdat heel veel van die interviews niet alleen gaan over de problemen waar wij tegenwoordig met worstelen, maar ook over hoe ze daar vroeger met omgingen. Er wordt, vind ik, in interviews heel veel over vroeger gesproken. Zelden over de toekomst. En bijna nooit wordt er iets positiefs over den tijd van nu gezegd. En het is daardoor – want misschien bedoelen ze dat niet altijd zo – dat ik het gevoel krijg dat mensen terug naar vroeger willen. Terug naar nen tijd waarin alles veel duidelijker was. En dat vind kik stom. Want we kunnen niet meer terug. De oplossingen voor de problemen van vandaag liggen niet in het verleden, maar in de toekomst.
Ik leg dat uit. Ik denk dat wij tegenwoordig de werkelijkheid zien zoals de werkelijkheid in werkelijkheid is. De werkelijkheid is ontembaar en onkenbaar. Elk jaar weten we meer en meer hoedat een atoom ineen zit. En elk jaar snappen we er minder van. Een atoom bestaat tegenwoordig uit neutronen, positronen, anti-neutronen en watweetiknogallemaal, die verdwijnen en verschijnen zonder oorzaak of gevolg. In de wetenschap zijn ze er ondertussen zeker van dat er een hele hoop dingen zijn waar ze niet zeker van zijn. Alles is relatief, hangt af van de context. Alles is ijdel en stof in de wind. Onzekerheid en waarschijnlijkheid zijn ondertussen wetenschappelijke begrippen geworden. En dat kunnen wij niet aan: het feit dat onzekerheid en toevalligheid een wezenlijk onderdeel van de realiteit zijn. Dat is ook amper aan te kunnen. En daarom, om het toeval te bezweren, verzinnen wij verhalen. Veranderen wij gebeurtenissen en herinneringen in een verhaal. En gebruiken wij de logica als plakband om oorzaak en gevolg bijeen te houden.
— Geschreven door Johan op 25 Oct 2011
… en toen kreeg de jowan ne flash.
Ik zat in een bakkerij met den dirk. En wij waren aan het klappen over onzekerheid. En over pol verhaeghe die in nen boek had geschreven over de warrigen tijd waarin wij leven. En die pol die zei, nadat hem nen helen uitleg over adhd en de dicatuur van de neoliberale economnie had gedaan, ‘dat vroeger het leven zo simpel was, omdat religie en ideologie ons leerde leven met tekorten. Het leven was niet perfect, maar het paradijs was wel bereikbaar, misschien niet nu, maar wel ooit.’ En dat snap ik wel. Alleen wat zijn we daar nu mee ? Den hemel bestaat niet. En de klasseloze maatschapij waarin dat we allemaal gelijk en gelukkig gingen zijn, ook niet. Hier staan we nu. Wat nu ?
— Geschreven door Johan op 25 Oct 2011
… en toen kreeg de jowan ne flash.
We moeten ne nieuwen hemel verzinnen. Een nieuw geloof. Ne nieuwen droom.
— Geschreven door Johan op 25 Oct 2011
Vandaag 19 oktober zat de jowan in brussel op een soort van conferentie over hoe en waar ge als programmator, als toneelgezelschap of kultureeel sentrum nieuwe publieken kunt vinden of gaan zoeken. Nu, de reden dat ik daar zat, was omdat wij met ons toneelgezelschap (het MartHa!tentatief) een toneel hebben gemaakt dat BANG noemt (Bang vertelt twee verhalen, één van hoe ik in de jaren 80 zijn opgegroeid en hoe ik toen ne schrik heb gepakt van Marokkanen en een ander, dat van de jamal, en hoe die ook in de jaren 80 is opgegroeid en hoe en waarom die toen kwaad was op de belgen), soit, de reden dat ik daar dus zat, was omdat wij dus een toneel hebben gemaakt dat BANG noemt en dat wij dat hetvolgende jaar ook in het frans willen gaan spelen. En die conferentie die was ook in het frans, want die was eigenlijk bedoeld voor franse, waalse en brusselse mensen die dat frans klappen, en daarom zat daar dus vol met programmatoren, en directeurs uit frankrijk, brussel en wallonie.
Ik heb dus nen helen dag frans geklapt. En mijn frans, dat is redelijk, maar dat is niet goed. En nu ben ik steendood van heel den dag keihard te moeten zoeken achter woorden waarvan ik wist wat ze wouen zeggen, maar niet hoe ze nu weer juist heetten. Dat was waanzin. Ik voelde mij terug persies veertien jaar. Kende dat ? Dat ge zo veertien zijt en zo een gesprek met volwassen aan het voeren zijt over de wereldproblematiek. En terwijl dat die volwassene zijne parlé afsteekt voelde bij u vanbinnen ongelooflijke, unieke en vernieuwende gedachten opborrelen die op het moment dat ge ze uitspreekt, uiteen blijken te vallen in euhs en aahs, en ja maar ik bedoel, en watdat ik wil zeggen is…
Awel zo ben kik dus heel den dag aan het converseren geweest vandaag. Gelijk nen taalgehandicapte heb kik enthousiast (ik kan niet anders dat is mijne natuur), heb kik enthousiast nen uitleg zitten doen over de Revue van het Ontembare Leven. (En als ge niet weet wat de Revue is, dan moet ge die maar is googelen of hier op deze blog eens wat rondneuzelen, maar ik zijn te moe, om dat nu nog te beginnen uitleggen)
Ik heb op die conferentie ongeveer acht verschillende mensen nen uitleg in het frans horen doen. En der waren der twee die ik heb kunnen volgen. Erik Coryn en Dirk Seghers. Dat waren der twee die in techt eigenlijk nederlands klappen. En nu denkte waarschijnlijk datdàt de reden is waarom dat ik hen wel kon volgen en de rest niet. Als ge dat denkt, dan hebt dat juist gedacht. Gemiddeld spreken wij nederlandstaligen ongeveer 150 woorden per minuut, awel die franstaligen die zaten denk ik aan het dubbele. Kwam er nog eens bij dat die tegen de micro aan het klappen waren in plaats van tegen de zaal. Waardoor dat zelfs al die franstaligen int slaap vielen. En zowel Erik Coryn als die Dirk Seghers, die konden keigoed klappen. Die klapten tegen het publiek, die hadden interessante dinges te vertellen, die waren grappig, en die klapten helder en overzichtelijk.
Erik Coryn is ne proffessor van de vub, die fantastische dingen te vertellen heeft over stedelijkheid. Hoe moeten we het samenleven organiseren in de moderne steden ? Daar zei die heerlijke dingen over als: en place de vivre ensemble à base de la communauté on doit vivre ensemble à base de la difference. En ook: Ce qu’on doit faire c’est documenter le présent. En ook nog: On doit construer un destin. Inventer une nouveau identité. En dat vind ik om deen of dander reden allemaal interessant. En dus was kik blij dat kik daar terecht was gekomen.
Verder nog naast een madam gezeten die, tot vijf dagen geleden verantwoordelijk was voor de culturele activiteiten van de Fnac in Parijs (ze hadden die juist buitengegooid omdat de fnac ne nieven directeur heeft die vind dat al dat cultureel gedoe te weinig opbrengt, wat misschien, vanuit economisch oogpunt, misschien ik weet dat niet, misschien wel waar is, wat spijtig is, wat… ik weet niet waar ik met deze gedachte nog naar toe wil..) ook nog geklapt met ne franstalige muzikant die een eigen platenlabel was opgestart, bekan verloren gereden op weg naar huis, jan desmet horen babbelen op de radio over bob dylan. Bob dylan horen zingen. En dan achter mijne computer gekropen. En dees geschreven.
— Geschreven door Johan op 19 Oct 2011
voorlopig - o talrijke volgers van de marthablog - geen hartsverscheurende noch
zielsverheffende berichten meer uit de ontembare stad. niet dat die stad plots
getemd is, integendeel, maar momenteel moeten we vooral nadenken over onszelf en
over hoe we die stad in de toekomst verder gaan beschrijven (we moeten tegen oktober
ons toekomstplan voor de jaren 2013 - 2016 klaarhebben). we smeden dus lustig aan
plannen en wanneer we die in daden zullen omzetten zal u dat hier en later ook op de
diversia podia kunnen volgen. we wensen u allen een zinderende zomer. het voltallige
marthatentatief
— Geschreven door Bart op 9 Jul 2011