Het fenomenale MartHa!tentatief presenteert u: Revue van het Ontembare Leven. Anderhalf jaar lang berichten, feestavonden en acht toneelstukken over het leven in de stad aan het begin van de 21ste eeuw. Over mensen die hier gisteren zijn aangespoeld, of veertig jaar geleden, of die hier al heel hun leven wonen. Over de bewoners van een onwerkelijk plein. Over Polen op een bank in het park. Over een school vol kinderen. Een wachtzaal vol doden. Over onszelf in ons huis.
Ik zat in een bakkerij in berchem met den dirk te klappen over adhd en pol verhaeghe. En tijdens dat gesprek was ik juist tot de constatatie gekomen dat er tegenwoordig heel veel interviews worden gegeven waarin den tijd van nu, bekeken en vergeleken wordt met vroeger. En dat komt, omdat heel veel van die interviews niet alleen gaan over de problemen waar wij tegenwoordig met worstelen, maar ook over hoe ze daar vroeger met omgingen. Er wordt, vind ik, in interviews heel veel over vroeger gesproken. Zelden over de toekomst. En bijna nooit wordt er iets positiefs over den tijd van nu gezegd. En het is daardoor – want misschien bedoelen ze dat niet altijd zo – dat ik het gevoel krijg dat mensen terug naar vroeger willen. Terug naar nen tijd waarin alles veel duidelijker was. En dat vind kik stom. Want we kunnen niet meer terug. De oplossingen voor de problemen van vandaag liggen niet in het verleden, maar in de toekomst.
Ik leg dat uit. Ik denk dat wij tegenwoordig de werkelijkheid zien zoals de werkelijkheid in werkelijkheid is. De werkelijkheid is ontembaar en onkenbaar. Elk jaar weten we meer en meer hoedat een atoom ineen zit. En elk jaar snappen we er minder van. Een atoom bestaat tegenwoordig uit neutronen, positronen, anti-neutronen en watweetiknogallemaal, die verdwijnen en verschijnen zonder oorzaak of gevolg. In de wetenschap zijn ze er ondertussen zeker van dat er een hele hoop dingen zijn waar ze niet zeker van zijn. Alles is relatief, hangt af van de context. Alles is ijdel en stof in de wind. Onzekerheid en waarschijnlijkheid zijn ondertussen wetenschappelijke begrippen geworden. En dat kunnen wij niet aan: het feit dat onzekerheid en toevalligheid een wezenlijk onderdeel van de realiteit zijn. Dat is ook amper aan te kunnen. En daarom, om het toeval te bezweren, verzinnen wij verhalen. Veranderen wij gebeurtenissen en herinneringen in een verhaal. En gebruiken wij de logica als plakband om oorzaak en gevolg bijeen te houden.
Ik zat in een bakkerij met den dirk. En wij waren aan het klappen over onzekerheid. En over pol verhaeghe die in nen boek had geschreven over de warrigen tijd waarin wij leven. En die pol die zei, nadat hem nen helen uitleg over adhd en de dicatuur van de neoliberale economnie had gedaan, ‘dat vroeger het leven zo simpel was, omdat religie en ideologie ons leerde leven met tekorten. Het leven was niet perfect, maar het paradijs was wel bereikbaar, misschien niet nu, maar wel ooit.’ En dat snap ik wel. Alleen wat zijn we daar nu mee ? Den hemel bestaat niet. En de klasseloze maatschapij waarin dat we allemaal gelijk en gelukkig gingen zijn, ook niet. Hier staan we nu. Wat nu ?
Vandaag 19 oktober zat de jowan in brussel op een soort van conferentie over hoe en waar ge als programmator, als toneelgezelschap of kultureeel sentrum nieuwe publieken kunt vinden of gaan zoeken. Nu, de reden dat ik daar zat, was omdat wij met ons toneelgezelschap (het MartHa!tentatief) een toneel hebben gemaakt dat BANG noemt (Bang vertelt twee verhalen, één van hoe ik in de jaren 80 zijn opgegroeid en hoe ik toen ne schrik heb gepakt van Marokkanen en een ander, dat van de jamal, en hoe die ook in de jaren 80 is opgegroeid en hoe en waarom die toen kwaad was op de belgen), soit, de reden dat ik daar dus zat, was omdat wij dus een toneel hebben gemaakt dat BANG noemt en dat wij dat hetvolgende jaar ook in het frans willen gaan spelen. En die conferentie die was ook in het frans, want die was eigenlijk bedoeld voor franse, waalse en brusselse mensen die dat frans klappen, en daarom zat daar dus vol met programmatoren, en directeurs uit frankrijk, brussel en wallonie.
Ik heb dus nen helen dag frans geklapt. En mijn frans, dat is redelijk, maar dat is niet goed. En nu ben ik steendood van heel den dag keihard te moeten zoeken achter woorden waarvan ik wist wat ze wouen zeggen, maar niet hoe ze nu weer juist heetten. Dat was waanzin. Ik voelde mij terug persies veertien jaar. Kende dat ? Dat ge zo veertien zijt en zo een gesprek met volwassen aan het voeren zijt over de wereldproblematiek. En terwijl dat die volwassene zijne parlé afsteekt voelde bij u vanbinnen ongelooflijke, unieke en vernieuwende gedachten opborrelen die op het moment dat ge ze uitspreekt, uiteen blijken te vallen in euhs en aahs, en ja maar ik bedoel, en watdat ik wil zeggen is…
Awel zo ben kik dus heel den dag aan het converseren geweest vandaag. Gelijk nen taalgehandicapte heb kik enthousiast (ik kan niet anders dat is mijne natuur), heb kik enthousiast nen uitleg zitten doen over de Revue van het Ontembare Leven. (En als ge niet weet wat de Revue is, dan moet ge die maar is googelen of hier op deze blog eens wat rondneuzelen, maar ik zijn te moe, om dat nu nog te beginnen uitleggen)
Ik heb op die conferentie ongeveer acht verschillende mensen nen uitleg in het frans horen doen. En der waren der twee die ik heb kunnen volgen. Erik Coryn en Dirk Seghers. Dat waren der twee die in techt eigenlijk nederlands klappen. En nu denkte waarschijnlijk datdàt de reden is waarom dat ik hen wel kon volgen en de rest niet. Als ge dat denkt, dan hebt dat juist gedacht. Gemiddeld spreken wij nederlandstaligen ongeveer 150 woorden per minuut, awel die franstaligen die zaten denk ik aan het dubbele. Kwam er nog eens bij dat die tegen de micro aan het klappen waren in plaats van tegen de zaal. Waardoor dat zelfs al die franstaligen int slaap vielen. En zowel Erik Coryn als die Dirk Seghers, die konden keigoed klappen. Die klapten tegen het publiek, die hadden interessante dinges te vertellen, die waren grappig, en die klapten helder en overzichtelijk.
Erik Coryn is ne proffessor van de vub, die fantastische dingen te vertellen heeft over stedelijkheid. Hoe moeten we het samenleven organiseren in de moderne steden ? Daar zei die heerlijke dingen over als: en place de vivre ensemble à base de la communauté on doit vivre ensemble à base de la difference. En ook: Ce qu’on doit faire c’est documenter le présent. En ook nog: On doit construer un destin. Inventer une nouveau identité. En dat vind ik om deen of dander reden allemaal interessant. En dus was kik blij dat kik daar terecht was gekomen.
Verder nog naast een madam gezeten die, tot vijf dagen geleden verantwoordelijk was voor de culturele activiteiten van de Fnac in Parijs (ze hadden die juist buitengegooid omdat de fnac ne nieven directeur heeft die vind dat al dat cultureel gedoe te weinig opbrengt, wat misschien, vanuit economisch oogpunt, misschien ik weet dat niet, misschien wel waar is, wat spijtig is, wat… ik weet niet waar ik met deze gedachte nog naar toe wil..) ook nog geklapt met ne franstalige muzikant die een eigen platenlabel was opgestart, bekan verloren gereden op weg naar huis, jan desmet horen babbelen op de radio over bob dylan. Bob dylan horen zingen. En dan achter mijne computer gekropen. En dees geschreven.
voorlopig - o talrijke volgers van de marthablog - geen hartsverscheurende noch
zielsverheffende berichten meer uit de ontembare stad. niet dat die stad plots
getemd is, integendeel, maar momenteel moeten we vooral nadenken over onszelf en
over hoe we die stad in de toekomst verder gaan beschrijven (we moeten tegen oktober
ons toekomstplan voor de jaren 2013 - 2016 klaarhebben). we smeden dus lustig aan
plannen en wanneer we die in daden zullen omzetten zal u dat hier en later ook op de
diversia podia kunnen volgen. we wensen u allen een zinderende zomer. het voltallige
marthatentatief
dit is een scene uit de kortfilm BRO’S
die momenteel gedraaid wordt in de straten van 2060
en die ergens op 20 mei gepresenteerd wordt op het festival Kraak het Cultuurhuis
BRO’S gaat over drie vrienden die in het moeras van antwerpen noord wonen
Het Moeras
Raïs
dees is ons cartier
hier zijn wij opgegroeid
hier is thuis
das een goeie buurt
iedereen is hier samen
marokkanen algerijnen afrikanen belgen
Dieumerci
ja dat is zo
wij zijn hier allemaal samen
maar weet gij
dees cartier is ook hard
hier gebeurt veel
Raïs
hier
dees cartier hier
dat is ne moeras
maar niemand weet dat
niemand hier
weet dat hij in ne moeras woont
niemand denkt daar over na
maar dat is hier echt ne moeras
niemand beseft dat
echt waar zij weten dat niet
die moeras
die zuigt aan onze voeten
die moeras
die trekt ons naar beneden
elke dag vechten wij tegen die moeras
en het probleem is
hoe harder gij uw ene been
uit die moeras trekt
hoe dieper gij uw andere been daar in duwt
niemand kan hier uit
wij zitten allemaal vast in die moeras
Dieumerci
nee das niet waar
tournavies is hier toch weggegaan
Raïs
ja ok
maar hij is toch teruggekomen
waarom is hij teruggekomen ?
waarom is hij terug gekomen ?
gij weet waarom hij is teruggekomen
zo gaat dat altijd
soms gaat iemand hier weg
dan gaat weg van de stad
maar wat hij niet weet
dat is
dat hij stinkt
zelf
weet hij dat niet
zelf
ruikt hij dat niet
maar daar
buiten de stad
daar
ruikt iedereen dat wel
en iedereen daar
weet
hij daar
hij komt van de moeras
en dan na een tijdje
komt hij terug
terug naar huis
waardat niemand zegt
gij stinkt
waar iedereen zegt
gij
gij zijt van hier
dit is nog een scene uit de kortfilm BRO’S
die momenteel gedraaid wordt in de straten van 2060
en die ergens op 20 mei gepresenteerd wordt op het festival Kraak het Cultuurhuis
BRO’S gaat over drie vrienden die in het moeras van antwerpen noord wonen.
Dieumerci kijkt in de lens van de camera
- stilte -
dan zegt hij:
ikke
ik straal
kwaad uit
ik weet dat
ik weet hoe dat komt
maar dat is niet teken dat ik kwaad ben
ik straal kwaad uit,
of niet ?
ben ik nu kwaad ?
ik ben zo
ik ben zo
das mijn mijn houding
das mijn manier van zitten
zo simpel is dat