maandag 9 januari – voor françoise

Ik heb de gewoonte de 2 trapjes naar de ingang van het wassalon met 1 sprong te overbruggen maar vandaag bots ik tegen een gietijzeren traliewerk. Gesloten. Er hangt een wit papier met daarop de bekendmaking van het faillissement.  Ik duw mijn neus tussen de tralies in de hoop een glimp van leven binnenin op te vangen. In mijn handen klem ik een plastic tas met daarin een frangipanetaart, een pruimentaart en een Nieuwjaarskaart  om hen een hart onder de riem te steken. Ik ben te laat. Het dringt langzaam tot me door.

Via de andere kant weet ik toch nog binnen te geraken en daar heerst anarchie en chaos.

De karren staan niet op hun plek, de stofwolken zijn zichtbaarder dan ooit tevoren, overal hoopjes kleding en als kers op de taart zitten er enkelen te roken in de kantine wat voorheen ondenkbaar was. Het choqueert me wat. Op de één of andere manier is alles plots verloederd en armoedig en verloren, het is een slagveld geworden en een aantal moedigen probeert nog te redden wat er te redden valt.

Ik kijk naar de plek aan het raam van de naaister Françoise. Haar tafeltje is leeg.

Het schijnt dat ze als eerste gegaan is, op maandag al. Zij had een interimcontract en dan gelden er andere regels. Ze arriveerde in de ochtend en ze kon meteen weer vertrekken.

Zij heeft haar plekje geveegd voor ze wegging, en doeken over de naaimachines gelegd. Dat kan ik zien. Hardop pratend en iedereen missend heeft ze vermoedelijk de weg te voet naar huis afgelegd. Naar haar lege huis want op een mooi moment heeft ze mij verteld over haar gebroken hart.

Lieve Françoise, ik kan het niet goed uitleggen -en ik vermoed dat je dit nooit zal weten- maar ik acht je hoog.

Omdat ik weet wat het is om altijd alles alleen te moeten doen.

tekst – Caroline Rochlitz

beeld – Jimmy Kets

— Geschreven door Bart op 9 Jan 2012