dinsdag 25 oktober – en toen kreeg de jowan ne flash (1)
…en toen kreeg de jowan ne flash.
Ik zat ergens in berchem in een bakkerij ne koffie te drinken met den dirk. We klapten over pol verhaeghe die nen boek had geschreven getiteld: het einde van de psychotherapie. En die pol verhaeghe beweert in dat boek, maar ook in een interview in den humo, dat er tegenwoordig superveel kinderen zijn met adhd en autismespectrumstoornissen en dyslexie en dyscalculie. En dat elk ’speciaal’ kind tegenwoordig een etiket krijgt opgeplakt waarop staat, wat voor soort kind dat het is. Hij zegt ook nog dat de hulpverlening de schuld niet meer bij de kinderen of hun ouders legt. Nee, de hulpverlening gaat er van uit dat er in de hersenen van die adhdejers een hoop schakelingen verkeerd geschakeld zijn. En Pol Verhaeghe beweert dat daar wetenschappelijk geen bewijs voor is. Hij vindt het ook verkeerd dat de dokters en psychologen al die adhdejers rilatine geven. De meeste adhdejers zijn volgens hem eigenlijk gewoon drukke kinderen die, als ge ze goed opvoedt en begeleidt, perfect kunnen functioneren. En hij vond ook nog dat al die klein mannen van tegenwoordig zo onrustig en nerveus zijn, omdat de wereld van vandaag zo versplinterd is, dat er teveel informatie is, teveel keuze en dat alles te rap gaat en te druk is.
En ik word altijd een beetje onrustig als ik zo ne parlé hoor. Omdat ik zelf ADHD heb. Allé, ik ben daar niet zeker van, maar ik heb ooit nen test op het inertnet gedaan. En volgens die test had ik ADHD. En ik was eigenlijk heel blij toen ik dat etiketje op mijn vest kon plakken. Want ineens begreep ik waarom ik heel den tijd mijne frak kwijt geraak, waarom ik boeken vergeet terug te brengen naar de bibliotheek en waarom handschoenen bij mij in het beste geval éne winter meegaan. En ik was blij, omdat ik, sinds ik dat weet, van mijn schuldgevoel vanaf zijn. Omdat het niet gaat over een gebrek aan wilskracht, maar wel om een structurele fout in mijn hersenen. Dat etiket zorgt ervoor dat ik de dingen nu anders aanpak. In plaats van ‘harder mijn best te doen’, verplicht ik mijn eigen om elke morgen in mijnen agenda te zien. Ik stuur heel den tijd mails naar mijn eigen om te zeggen wat ik nog allemaal moet doen en ik gebruik mijne gsm als een soort van extern geheugen. Ik ben echt superblij met al die etiketten. Omdat er daardoor geen ’stoute kinderen’ niet meer bestaan. Omdat er nu veel meer dan vroeger naar oorzaken wordt gezocht. En toegegeven, de oplossingen zijn niet altijd juist. Er wòrden te gemakkelijk en te veel pillen voorgeschreven. We leven sneller, er is weinig tijd en er we hebben te veel stress. Dat zijn de problemen van onzen tijd. Maar waar ik de boebelen van krijg, waar ik echt van in blazen trek, dat is, dat er ergens achter de parlé van Pol Verhaeghe, onuitgesproken, een gevoel sluimert dat het vroeger beter was. En dat kan ik niet aan. Want het was vroeger niet beter. Het was anders. Elken tijd heeft zijn eigen gebreken.