dinsdag 10 augustus – konijntjes in den bourla
Gisteren zag ik puffend, zwetend en joggend plots kristalklaarhelder in dat er op het podium van den bourla konijntjes moeten huppelen. Simpelweg omdat die huppelende konijntjes meer dan wat ook dé kern, dé attractie, dé aantrekkingspool uitmaken van dat park vol parkmensen. En ook omdat huppelende konijntjes volgens mij altijd schoon zijn op het toneel. En omdat het verwijst naar het oer-revue-stuk Solo over het grote dierenbos in het jaar nul. En omdat die huppelende konijntjes een prachtig levend tegengewicht zullen bieden aan al die schitterend abstracte beelden die tijdens het joggen aan mij verschijnen.
Gek hoe ik dat alles in al die zittende en wandelende dagen ervoor niet inzag, en gisteren plots wel. Het moet met die beroemde endorfines te maken hebben, maar mijn toneelkop marcheert zo precies beter en intuïtiever terwijl ik loop. En dat is meteen de enige maar zeer doeltreffende troost voor alle momenten van gène die me sinds mijn anti-jog-blogs nog meer dan tevoren overvallen, als ik rood aangelopen, zwaar ademend en stinkend voor de vijfde keer een zoveelste jonge parkgodin voorbijbanjer.