maandag 5 juli – het ontembare leven

Het leven heeft zich de voorbije maand niet in blogberichten laten temmen. Had het dat wel gedaan, dan had ge hier kunnen smullen van een wervelende buiteling verhalen uit het grote en kleine leven van ikmijzelf in het MartHa!tentatief, nog steeds de theatrale sensatie van het jaar 1996 en alle daarop volgende.

Verhalen vooral over het maken van revue # 3 ‘de groenstraat’. Waar we op vier dagen voor de première om drie uur ’s nachts heel den decor hebben afgebroken. Waar ik op drie dagen voor de première een twaalf uur durende (van drie uur ’s middags tot drie uur ’s nachts met een pauze van zeggen en schrijven een half uur om eten te gaan halen) tekstdiscutie had met johan petit, ge kent dat wel zo’n discutie waarvan ge bij momenten vreest dat zelfs de meest wonderbaarlijke vriendschap er niet tegen bestand is. Waar we op twee dagen voor de première toch efkes gauw drie pinten dronken om die vriendschap verder te bezegelen. Waar we op de dag voor de première de aanwezige leerkrachten van de groenstraat (een andere naam voor het sint norbetrusinstituut) tot in het diepst van hun hart en trots troffen. Waar we op de dag van de première nog gauw efkes een nieuw stuk in mekaar puzzelden. Hoe de première tegelijkertijd heel goed en heel slecht was. Hoe we elke dag aan het stuk zijn blijven prutsen en veranderen. Hoe het stuk elke dag sprekender werd en het applaus langer. Hoe het in de laatste week eigenlijk echt een heel schoon stuk is geworden, waar ge allemaal naar moet komen zien als het volgend jaar hernomen gaat worden.

En tussen en rond dat alles had ge dan kunnen lezen hoe snel ge gaat geloven dat alles wat ge toneelmatig aanpakt in goud verandert en hoe het zoals steeds bruusk ontwaken is uit zo’n al te zoete dromen. En hoe wonderbaarlijk het was dat noch koen (die permanent en ingrijpend zijn muziekskes moest aanpassen) noch tim (die permanent en ingrijpend al zijn cue’s moest aanpassen) honderd keer met een knal van woede door het dak van de Rataplan zijn gevlogen. Hoe tom (die vijf dagen heeft gestikt aan een uitvergroot embleem van het sint norbertusinstituut) op een nacht plots onweerstaanbaar het commando greep en heel het decor afschafte. Hoe geheel het gezelschap (de gratieën van den buro, het enigma sven, de raadselachtige stagiaire van de sven) in die onzekerheid wonderwel bleef functioneren. Hoe johan tenslotte koppig bleef strijden voor zijn stuk, voor zijn droom, voor zijn waarheid over een kleine school in het midden van de grote stad. En dat dat één van de ontelbare redenen is om hem zo graag te zien. En onder dat alles had ge moeten lezen hoe ikzelf plots & geheel onverwacht een gevecht had aan te gaan met mijzelf, met mijn geluk, met de grote vraagstukken van het ontembare leven aan het begin van de 21ste eeuw. Dat alles samen had een reeks berichten opgeleverd, manneke, waar ge niet goed van waart geweest, waar ge eens heel hard had over kunnen nadenken, waar ge heel hard mee had kunnen lachen ook.

— Geschreven door Bart op 5 Jul 2010