dinsdag 17 maart – ludo vincke, meester van het eerste studiejaar toont mij zijne fotoboek

Het is negen uur, ’s morgens, ik heb mijn klein mannen naar tschool en naar de kresj gedaan. Ik ben door de regen naar de Groenstraat gereden, naar de lagere school waar ik ooit zelf nog heb gezeten. Heb gebeld, ben binnengelaten. Ben door ne gang gegaan, waar ik al duizenden keren ben doorgegaan, en ben in de klas van meneer vincke beland. Meneer vincke geeft nu les in het derde studiejaar. In mijnen tijd gaf hij les in het eerste studiejaar.

Ik interview meneer vincke. Hij laat mij zijne fotoboek zien. Dertig jaar lesgeven in ene fotoboek. Hier. Dat was mijn eerste jaar.

de Ramos
dat is Jozef Ramos
den tsjitso
kende gij die ?
ongelooflijk, hé
gij zat in het volgende jaar zeker ?
hier dan is dees uw jaar
de kris melis mark suikes erik Reyniers
dat is de lucien rousseau die is blijven zitten
en de wouter van rentergem dat was toen de slimste

en hier god zeg serge delmee
serge delmee is dat
weete dat niet ?
dat vergeet ik nooit
de serge delmee die zijn moeder was concierge
in het gemeentenhuis van borgerhout
en als wij gingen zwemmen
dan stapten wij hier op de bus
en dan zei die tegen al die leerlingen
hier woon ik
zei die altijd zo eh
en al die leerlingen
amai in zo een groot kastee
maar die woonde daar dan natuurlijk in de kelder zo eh

en hier den B
die heeft zelfmoord gepleegd
wiste gij dat ?
den B. die is hier in de buurt uit het raam gesprongen

miljaar den B.

ik heb ene keer in mijn leven gevochten
en dat was met den B.
ik weet nog op kamp
op teinde van tjaar
den B. wou altijd hannibal zijn
en die was ook altijd hannibal
en ik mocht dan murdoch zijn

den B. woonde in de appelstraat
ik in de zegepraalstraat
en dat is hoe dat het leven gaat zeker
nu woon ik in de appelstraat
twee huizen voorbij zijn deur

— Geschreven door Johan op 17 Mar 2010