CAFE CAPITOLE – vrij 18 september 2009 / stefan vanfleteren

Ik moet nog efkes terugkomen op gisteren. Op het tafereel van de slapende vrouwtjes rond het typend beest. Op dat moment zelf vond ik dat vooral schattig, die onderuitgezakte snurkende oude meisjes. Maar ondertussen vind ik het ook zélf echt spijtig dat Stefan Vanfleteren gisterenavond niet toevallig passeerde. Omdat voornoemd tafereel oneindig teder de essentie uitdrukt van alles wat de Revue zou moeten worden. De Revue moet immers vooral overlopen van mededogen. De Revue moet tonen hoe zelfs de woest reutelde en raaskallende vrouw in haar slaap zacht wordt. Hoe ge dan dwars door de groeven in haar gezicht kunt vermoeden hoe ze was als jong meisje. Antoinette wie heeft den bal. Springen met de koord. Al wie ni weg is is gezien. De Revue moet laten zien hoe elke avond drie oude vrouwen wat minuten slaap komen stelen in café capitole. Hoe de dienster om de tien minuten met haar ring op de tafel komt kloppen. Hoe ze dan met een schokske opschrikken. Wat stamelen. Naar hun thee reiken. En hoe hun hand halverwege alweer terug in hun schoot valt.

Ik begin er serieus over na te denken om ook een revue te maken in en over cafe Capitole. Het verhaal van één uur in café Capitole. Het zich steeds herhalende uur voor middernacht. Waar ge de vrouwtjes ziet slapen en weer wakker worden gemaakt. Waar Tarantino negers met spiegelende zonnebrillen biljart spelen. Waar de duistere dienster uit  Roemenie komt. Waar een oneindige stoet nachtdieren aan het raam voorbijtrekt. Waar een groep Afghanen een mysterieus tafelspel speelt met witte en zwarte schijven die in gaten moeten worden gemikt. Eigenlijk biljart, maar dan op een met talk bestrooide gladde tafel. En ze roepen. En ze kwetteren vrolijk door mekaar. En af en toe slagen ze mekaar enthousiast op de rug. En alles klopt aan dat tafereel, behalve café capitole. Dat had in de Afghaanse hoogvlakte moeten liggen en niet in de gemeentestraat.

Dat soort verhalen. Een insnede in het dagelijks leven in het midden van de stad. Rond middernacht.

— Geschreven door Bart op 22 Feb 2010