Le Carton Contemporain: VERSLAG VAN 9 DAGEN KINSHA- SA IN 8 HOOFDSTUKKEN, EEN INLEIDING EN EEN BESLUIT Dag 3 – De dag van de Kinshasa geheimtip – met daarin vervat een lang uitgevallen aparté over artistiek marginalen, malaria en de verschillende gradaties van heimwee – de dag ook van de regen gelijk in amerikaanse films en last but not least de dag van een kosmisch komische laag

Alle straten in Kinshasa zien er ongeveer hetzelfde uit. Dat durf ik nu na drie dagen al zeggen. Ge kunt beter aan langgerekte modderstroken denken dan aan straten. Met aan de kanten grote bergen plastiek en stilgevallen wrakken. Grauwe gevels en barakken van golfplaat. En geschilderde reclam voor pils. De straten golven niet in Kinshasa. Ze zijn recht en snijden de stad in blokken. Op de grote kruispunten zijn er ronde punten. Nergens verkeerslichten. Toch niet zover ik mij herinner. Wel heel veel stof, nog meer smog en het geraas en gerammel van een onophoudelijke stroom oud ijzer.

Moest Kinshasa een stad zijn gelijk Berlijn of Lissabon, waar ge naartoe gaat als ge eens een leeg weekend hebt, of iets goed te maken met uw lief, dan zou in alle reisboekskes hetvolgende staan ; geheimtip – volg de spoorlijn en bekijk Kinshasa eens langs de achterkant. Awel, dat hebben wij gedaan. En ere wie ere toekomt, dat is een ontdekking van de mannen van Time Circus. En nu moet ik eerst efkes een apartéke inzetten, over die mannen van Time Circus ;

Ik ga nu misschien een beetje té eerlijk zijn. Toen we ze de eerste keren zagen noemden wij, de leden van het fenomenale martHa !tentatief, artiesten gelijk de artiesten van Time Circus, ik durf het amper zeggen, ‘artistiek marginalen’.  Denk daarbij aan artiesten die in te oude camionetten rond rijden. Vogelnesten van dreadlocks op hunne kop dragen. Meestal een hond hebben en als het kan liefst twee, drie of vier. En slecht circus-achtig locatietheater maken, het liefst over de oertijd. Al snel bleek  dat de mannen van Time Circus weliswaar wél nesten van dreadlocks droegen, maar gelukkig geen toneel maakten over de oertijd. En wel ingenieuze installaties die ons aan het denken moeten zetten, over ons leven, onze waarheden en onze wereld. En hoe beter ik de mannen van Time Circus heb leren kennen, hoe meer ik mij schaamde om wat ik ooit had gezegd.

De mannen van Time Circus zijn vorig jaar twee maanden in Kinshasa gaan wonen als voorbereiding op dit project. Niet middels een ondersteunende reissubsidie, nee gewoon gratis. Nee, niet op hotel, gewoon in een gehuurd huis. En in Kinshasa betekent dat ; in een krot tussen de krotten. En ze moeten lachen de mannen van Time Circus als ze vertellen hoe ze de eerste nacht in dat huis overvallen waren door een paar duizend kakkerlakken die uit een gat in de plafond kwamen gekropen. Of hoe ze eens, toen ze geen slaaplaats hadden, in een tuintje hadden moeten slapen en door de muggen waren doodgestoken. En nu is door gewoon muggen worden doodgestoken al een hel. Maar ge moogt niet vergeten dat dat Congolese muggen waren. Die, het staat in alle reisboeken in vette letters geschreven, u malaria geven. Als ge maar lang genoeg wacht.

Deze reis heeft Charlotje van Time Circus daar maar een dag of zeven op moeten wachten. Op een malaria-aanval. Charlotje had tot voor kort zoals het hoort dreadlockhaar tot ver onder haar gat, tot op een dag dat haar tussen de spaken van hare fiets was gedraaid, en haar eigen haar haar van haar fiets had gesleurd. Sinds die dag knipt ze zich een fris kort kopke, Charlotje van Time Circus. En nu ligt ze met dat fris kopke knalrood in haar bed, zwetend uit al haar poriëen en met koppijn tot in het kwadraat. En willen overgeven, maar niet kunnen. Dat, dames en heren, is malaria. En da was dan nog goeie malaria, die na een paar weken alweer over was. De Paul, de Congo-specialist van de KVS die ging meegaan, kon niet meegaan omdat hij in het ziekenhuis stak met andere malaria. Slechte malaria. Hij is er naar verluidt zo goed als aan gestorven geweest.

Dat ijlend Charlotje hebben wij dus moeten achterlaten de laatste dag. Maar die vond dat niet erg. Zo helemaal alleen zonder ons in dat hotel achterblijven. Charlotje is uiteindelijk nog een paar maand langer in Congo gebleven. Die heeft zo is af en toe een gammel vliegtuig genomen naar een ander stad of een ander stukske oerwoud. Om maar te vergelijken ; ik kreeg al heimwee toen ik België uitreed. De Jowan die heeft heimwee vanaf als em de kathedraal niet meer kan zien.

De geheimtip, daar waren we. Awel, we zijn ‘s morgens naar het westen van de stad gereden. Als ge er een kaart zoudt bijpakken dan zoudt ge zien dat de stad zich daar nog meer dan elders tegen de Congostroom aanschurkt. En van de fabrieken aan de oever aldaar (veruit de meeste ervan zijn buiten gebruik, gelijk alle fabrieken in Congo, behalve de echt winstgevende fabrieken, die hebben de Chinezen overgenomen) vertrekt er een spoorlijn die de stad in tweeën snijdt en daar is onze tocht begonnen. Een tocht langs de achterkant van Kinshasa. En al vanaf de eerste kilometer toont die achterkant een ander gelaat. Deze spoorweg is een soort van groene ader doorheen de stad. Soms enkele tientallen meter breed. Soms slechts enkele meters. En overal zijn de sporen overwoekerd door weelderig groen. En werd het duidelijk dat hier al lang geen trein meer heeft gereden. Werkelijk geen meter is door de Kinois (zo heten de inwoners van Kinshasa, en in dat woord proef ik adel, en macht) onbenut gelaten. Veldjes met groenten of bloemen, metershoge storten, alle mogelijke winkels en werkplaatsen ; van een pottengieterij waar een man van zilverpapier ( !!) kookpotten giet tot heelder bouwmarkten (verroeste spijkers en rondellen in tuperware pottekes, planken van alle mogelijke lengtes, kromme hamers, botte beitels) en zelfs een ikea op z’n Congolees (ja, helemaal hetzelfde, even uitgestrekt,  maar dan alles derde of vierde hands).

Het was een prachtige en hallucinante tocht door een derde wereld stad. En het meest verbijsterende ; langsheen geheel het traject werden we toegejuicht, alsof we eigenhandig die spoorlijn terug gingen openen. Terwijl ik mij die dag vooral schaamde. Om de kinderen die zo hard lijken op mijn kinderen, maar dan donkerbruin. Ik zag Sammekes die in hun blote billekes in ne vuile plas zaten, Rikskes die als speelgoed ne vodden bal hadden, Reneekes met ne plastieken zak als boekentas. En hoe meer we werden toegejuicht, hoe meer mijn keel dichtkneep.

We waren na die lange verwarrende tocht al weer bekan terug aan ons hotel als ineens een gerommel klonk. En ne knal van een bomaanslag. En hetvolgende moment liep een wolk leeg, gelijk hier nog nooit een wolk is leeggelopen. Onze Belgische wolken doen daar namelijk een paar uur over, liefst zelf een hele dag. Congolese wolken maximum twintig minuten. Ge ziet geen hand meer voor uw ogen en de wind jaagt vlagen regen voor zich uit, gelijk in Amerikaanse dansfilms van de jaren ’30. En de grond knettert daar waar de electriciteitskabels blootliggen. Da zou mijn vader moeten zien, dacht ik, want die is electricien. Naar ‘t schijnt sterven er hier in het regenseizoen elke dag kinderen door electrocutie. Da zou mijn vader moeten weten, dacht ik. Die zou met zijn EBES-kamionette los door de woestijn naar hier rijden om da allemaal te repareren. Moest hij niet op pensioen zijn moeten gaan omdat hij te ziek was geworden om nog met een camionet door de woestijn te rijden.

Dees mag ik ni vertellen misschien, maar die avond werd er in het hotel ne plastieken zak van den Aldi binnen gebracht, tot aan de rand gevuld met weed. We zijn met allemaal – alé ja, alleman behalve ikke, want ik rol joints met meer bulten dan acceptabel is – toeters beginnen draaien om van de gebeurtenissen te bekomen. Ik was efkes vergeten dat ik niet geoefend genoeg ben om van verschillende joints tegelijkertijd te smoren. Het gevolg was dat ik al na twintig minuten de slappe lach kreeg met alles wat er gezegd werd, ook met dingen die niet persé grappig waren. Ik zag er toch steevast een kosmisch humoristische component  in. En na ongeveer een uur onafgebroken de slappe lach werd dat lachen zo genant, dat ik maar ben gaan slapen. Ik ben schaterend de hotelgangen doorgelopen. Heb me in een dunne koude waterstraal giechelend gedouchet en ben al gibberend in slaap gevallen.

— Geschreven door Bart op 22 Feb 2010