Le Carton Contemporain: VERSLAG VAN 9 DAGEN KINSHA- SA IN 8 HOOFDSTUKKEN, EEN INLEIDING EN EEN BESLUIT Dag 1 – De dag dat david bovée zijn wekker opat, dat dag ik over de karavaanstad Kano vloog en dat de mannen van Time Circus zich meteen in al hun wereldsheid aan mij vertoonden. De dag ook waar meteen bijna een einde kwam aan het leven van de bekende regisseur bart van nuffelen
In de vrieskou ‘s morgens heel vroeg te voet naar het station gestapt. Met den boemel naar Brussel gesjokt. Met den tgv naar Parijs gevlamd. En met het vliegtuig naar Kinshasa gevlogen. Onderweg David Bové van Think of One vergeten. Die lag om zeker niet te laat wakker te worden te slapen in zijn kampeerbus naast Brussel-Zuid. Die is in die bus wakker geworden als wij in Parijs al klaar zaten in ons vliegtuig. Die heeft zich de haren uit zijne kop getrokken en daarna zijne wekker opgefret. Heb ik van horen zeggen. Maar al de rest hadden we bij. De onnavolgbaar denkende Sven van de Martha’s. Dirk Verstockt van Rio de Janeiro. En Benjamin Verdonck van de nesten, de rondellen en de kartonnen dozen. Er zaten op daT vliegtuig ook een stuk of wat Congolezen, die na heel wat rumoer, getrek en geduw gratis terug naar huis mochten vliegen.
Op de vlieger was er tussen de honderden geroutineerde vliegers éne kleine die maar naar het schermke bleef kijken waar de reisweg opstaat. Naar de beelden van de zee, de bergen van de Atlas en de eeuwige woestijn. Ik zag onderweg acht vliegtuigen door de wolken klieven, vloog over het decor van Beau Geste en voelde me oneindig bevoorrecht over de karavaanstad Kano te mogen vliegen. En toen acht uur later de duisternis inviel, werd het puntje Kinshasa op de kaart groter en groter. En doemden de eerste lichtjes daar beneden uit de peilloze duisternis op om te versmelten tot een uitgestrekte lichtvlek. En toen de vlieger met klapperende vleugels zijn landing inzette, sloeg het hart me in de keel, nam ik in stilte afscheid van mijn welpkes en wilde ik aplaudisseren bij de landing. Als dat niet zo belachelijk was geweest tussen al die ervaren vliegers.
De stap van Charles de Gaulle naar Kinshasa Aéroport is groot. Van immens naar piepklein. Van hypermodern naar betonrot. Van min drie naar plus achtentwintig. We werden opgewacht door de mannen van Time Circus ; Soli, Charlotje, Queen Sara en Seba. Dat zijn geen gewoon mannen, die van Time Circus, da zult ge de komende dagen wel merken. Die hadden bijvoorbeeld drie en een half uur op ons moeten wachten omda wij vertraging hadden, maar die vonden dat niet erg. Die duwden ons in een compleet verroeste bus die ze op weg naar het vliegveld ergens hadden gefixt. Die gaven ons nen banaan en zo’n zakske water, waarvan ge niet moogt drinken van het Ministerie van Volksgezondheid. Omdat ge daar ziek van wordt. Maar daar trekken de mannen van Time Circus zich nu eens geen bal van aan sé. Just gelijk als van de muggen die u malaria geven. Al die pillen pfff. Zeggen de mannen van Time Circus. Dáár wordt ge pas ziek van, van die pillen. En dat smeren met deet. Pfff. Daar doen die niet aan mee, die mannen van time Circus. Terwijl ik mij al op het vliegtuig, stiekem in het toilet, van boven naar onder had ingesmeerd en nu in de bus nog eens. En al drie anti-malariapillen had gepakt. En er desnoods ook dertig zou pakken, moest dat nóg beter helpen.
En zo, onderling volkomen anders zijnd, reden wij over ne soort van Boomsesteenweg, maar dan in ‘t Afrikaans, de stad in. En we stikten van de uitlaatgassen. En ik keek mij de ogen uit mijne kop. Naar al die rare dingen die ik niet snap. En ik rook allemaal raar dingen die ik nog nooit had geroken. En ik voelde vanalles, dat al heel lang geleden was…een soort onbestemde angst. Voor alles dat nog moest komen.
Niet geheel ten onrechte bleek al te snel. Nadat we onze koffers in het hotel hadden gegooid
(echt een deftig Congolees middenklasse hotel, dus met gaten in de plafond en met water dat van de muren stroomt als het regent) , zijn we op zoek gegaan naar nog iets om te eten. Te voet. Door de donkere straten. En ik zag de letters flikkeren op het scherm van Buitenlandse Zaken. Dat het ten alle tijde verboden is u te voet in Kinshasa te begeven. En zeker ‘s nachts. Nog geen vijf minuten later werden we in een donkere steeg tegengehouden door een groep van een tiental militairen. Die zo wat met hun knuppels zwierden. En met hun mitrailleur. En ons vuil aankeken. En ons lieten stoppen. En waar ik mijn kansen woog om het er levend vanaf te brengen, gaven de mannen van Time Circus die soldaten gewoon wat sigaretten. En gingen daarna verder alsof er niks gebeurd was. Op zoek naar iets om te eten.
Op een pleintje, dat gelijk alle pleintjes in Kinshasa vol staat met van die plastieken witte tuinstoelen waar wij hier in Europa allang niet meer op willen zitten, hebben we kip gegeten op een stokske, aangestaard door een paar honderd paar witte ogen in donkere kopkes. En langs straten met putten en plassen, langs huizen met prikkeldraad, langs doffe kleuren en veelkleurig geklede mensen zijn we laat in de nacht terug naar het hotel gelopen. Alwaar ik voor de flim nog efkes de tv heb opgezet, waar een ode te zien was aan de minister van Onderwijs en zijn talrijke verwezenlijkingen.