donderdag 28 oktober 2009 – een aanslag in peshawar
Ik hoorde het vanmiddag op het nieuws. Van de aanslag in Peshawar, Pakistan. En gelijk bijna iedereen dacht ik ; lap, de zoveelste aanslag en ik kuiste verder het appelsap op dat het welpke in zijn woestheid had omgestoten. En terwijl ik een brullende ventje in de hoek zette, hoorde ik de journaliste zeggen dat het niet zomaar een aanslag was. Nee, het was een aanslag die heel het land in shock had achtergelaten. En bijna – bijna – klonk er ook een zweem van verontwaardiging doorheen haar stem. Dat het een bijzonder brutale aanslag was geweest. Op een vrouwenmarkt. En dat er ook al vierentwintig kinderen onder de slachtoffers waren geteld. En dat de tol nog zou oplopen, dat was zeker.
Dat is mijn tip aan de redactie van het radionieuws. Dat ze zó haast ongemerkt het grote nieuws van het kleine zouden moeten scheiden. Een klein tikje meewarigheid als prins Filip op handelsmissie naar Saoudi Arabie plots een baard blijkt te hebben. Zodat ge ongehinderd verder kunt doen waarmee ge bezig zijt. En een weinig tremelo, een iets gejaagder spreken als iedereen alles zou moeten laten vallen. En zou moeten luisteren. En zou moeten denken aan al die vaders die nu hun vrouw en kinderen zijn verloren.
En het welpke had allang beloofd in het vervolg niet meer met appelsap te smijten, en de pannekoeken waren allang op, toen ik ineens aan mijn Pakistanen dacht, rond hun rare biljart in café Capitole. Die avond na avond plezier maken en kabaal, daar in hun eigen stukske Pakistaanse hoogvlakte in deze platte stad. Zouden ze biljart spelen vanavond ? Zouden ze minder kabaal maken? Of zou er niets aan de hand zijn? Dat moest ik weten. En dus trok ik voor de derde avond op rij naar café Capitole. Hoewel ik vanavond thuis ging blijven. En eens voor den tv ging hangen. En eens naar een slecht matchke bekervoetbal ging kijken. En eens vroeg in mijn bed ging kruipen en op mijn lief, met een beetje chance.
Ik had de Tascam meegenomen. Een kei-ingewikkeld machien om goede opnames mee te maken. Een dusdanig ingewikkeld machien dat den Tim vorige week een hele voormiddag les heeft gegeven in Tascamopnames. Aan mij, Ilke en de Jowan. Ilke pakte zoveel notities dat ze niet meer kon luisteren. En de Jowan had heel den tijd liggen bewijzen hoe technisch superieur hij wel was. Hij had vragen gesteld waar de meester het antwoord schuldig op moest blijven. Maar toen hij als proef moest opnemen vergat hij op per toeval per ongeluk op ‘record’ te duwen. ‘Een prachtige opname was het’, zei hij na afloop, ‘perfect helder ook’. ‘Ja dat kan wel zijn’, zei meester Tim met een uitgestreken gezicht, ‘maar ze staat er niet op’.
Het was niet plezant in café Capitole vanavond. De roemeense dienster keek nog triestiger dan anders. De muziek stond uitzonderlijk stil. En heel de avond was er geen Pakistaan te bekennen. De Pakistaanse biljarttafel heeft daar heel den avond werkloos gestaan. Het stukske hoogvlakte was weer gewoon een naargeestig stuk grijze stad. En naarmate de avond vorderde, vreesde ik dat één van die mannen misschien een neefke was verloren. Of een verre tante. En enigszins bewaard wandelde ik al vroeg terug naar huis. Keek nog efkes naar de goals van Deinze tegen Tienen. En ik kroop in mijn bed en niet op mijn lief, want die lag al te slapen.