Het fenomenale MartHa!tentatief presenteert u: Revue van het Ontembare Leven. Anderhalf jaar lang berichten, feestavonden en acht toneelstukken over het leven in de stad aan het begin van de 21ste eeuw. Over mensen die hier gisteren zijn aangespoeld, of veertig jaar geleden, of die hier al heel hun leven wonen. Over de bewoners van een onwerkelijk plein. Over Polen op een bank in het park. Over een school vol kinderen. Een wachtzaal vol doden. Over onszelf in ons huis.

donderdag 26 januari

ge maakt wa mee op tournee

BANG the roadmovie – Tim Clement

— Geschreven door Johan op 26 Jan 2012

maandag 9 januari – voor françoise

Ik heb de gewoonte de 2 trapjes naar de ingang van het wassalon met 1 sprong te overbruggen maar vandaag bots ik tegen een gietijzeren traliewerk. Gesloten. Er hangt een wit papier met daarop de bekendmaking van het faillissement.  Ik duw mijn neus tussen de tralies in de hoop een glimp van leven binnenin op te vangen. In mijn handen klem ik een plastic tas met daarin een frangipanetaart, een pruimentaart en een Nieuwjaarskaart  om hen een hart onder de riem te steken. Ik ben te laat. Het dringt langzaam tot me door.

Via de andere kant weet ik toch nog binnen te geraken en daar heerst anarchie en chaos.

De karren staan niet op hun plek, de stofwolken zijn zichtbaarder dan ooit tevoren, overal hoopjes kleding en als kers op de taart zitten er enkelen te roken in de kantine wat voorheen ondenkbaar was. Het choqueert me wat. Op de één of andere manier is alles plots verloederd en armoedig en verloren, het is een slagveld geworden en een aantal moedigen probeert nog te redden wat er te redden valt.

Ik kijk naar de plek aan het raam van de naaister Françoise. Haar tafeltje is leeg.

Het schijnt dat ze als eerste gegaan is, op maandag al. Zij had een interimcontract en dan gelden er andere regels. Ze arriveerde in de ochtend en ze kon meteen weer vertrekken.

Zij heeft haar plekje geveegd voor ze wegging, en doeken over de naaimachines gelegd. Dat kan ik zien. Hardop pratend en iedereen missend heeft ze vermoedelijk de weg te voet naar huis afgelegd. Naar haar lege huis want op een mooi moment heeft ze mij verteld over haar gebroken hart.

Lieve Françoise, ik kan het niet goed uitleggen -en ik vermoed dat je dit nooit zal weten- maar ik acht je hoog.

Omdat ik weet wat het is om altijd alles alleen te moeten doen.

tekst – Caroline Rochlitz

beeld – Jimmy Kets

— Geschreven door Bart op 9 Jan 2012

de jaren ‘80 – over god en over bang zijn van de bom – 8 jan

De jaren ‘80
ik ben opgegroeid
in borgerhout
een stuk stad met weinig bomen en heel veel huizen
en als kik daar nu op terug zien
dan vind kik den tijd waarin dat kik zijn opgegroeid
nen hele specialen tijd
de mensen gelooofden toen allemaal nog maar half in god
mijn ouder bv die gingen toen niet meer naar de mis
en de mis
voor de jongeren onder ons
de mis dat is eigenlijk een viering
een soort van verjaardagsfeest
maar dan elke week
en dat is in een kerk
en daar is dan ne pastoor
en ne pastoor dat is iemand die over god vertelt
die vertelt dan dat die overal is
en dat die alles weet
dat is eigenlijk ook een soort van sinterklaas
maar dan zonder zwarte piet
in tegenstelling tot sinterklaas
is god wel multicultureel verantwoord
en juist gelijk als bij sinterklaas
is dat bij god ook
als ge niet braaf zijt
dan gade ook
in de zak
en die zak van god
want god heeft dus wel degelijk ne zak
maar dan wel ne zak zonder ballen der in
en die zak die noemen ze de hel
en dat was eigenlijk een soort van sauna
waardat het constant 150 graden is
en als ge braaf waart
dan gingde niet naar de hel
dan mochte naar den hemel
en meer en meer geloofden mensen
dat dus allemaal nog maar half
die geloofden niet meer in de hel
maar wel nog in den hemel
mijn ouders ook
die gingen niet meer naar de mis
maar die gingen wel nog
na de mis
want tijdens de mis aten wij pistolets
na de mis gingen die naar de pax het parochiesentrum
en dan dronken die daar kaarten terwijl dat die aant pinten waren.

en watdat ook heel maf was
aan de jaren ‘80
dat was dat het toen ook oorlog was
en dat was nen hele specialen oorlog
dat was nen oorlog waarin dat eigenlijk niemand niet
aan het vechten was
der wier nergens niet geschoten
en der ontploften nergens geen bommen
en dat kwam omdatdat ne kouwen oorlog was
dat was eigenlijk een soort van vooroorlog
die vooraf ging aan nen echten oorlog
dat is een beetje gelijk als voorspel
dat is ook iet dat ge doet
voor dat den boel gaat ontploffen
en ook daar hedde soms
dat den boel dan achteraf toch niet ontploft
hoe hard dat ge uw best ook doet
soms komt het er gewoon niet van
persoonlijk heb kik dat nog nooit niet meegemaakt
maar ik ken wel vrienden die dat al is hebben voorgehad
en dat was nen hele spannende tijd
tussen west en oost europa stond er ne muur
en die muur
die noemden ze soms ook wel het ijzeren gordijn
omdat er boven op die muur overal pinnenkesdraad hing
en aan sweerskanten van die muur
stonden der atoomraketten
en die raketten die waren aan den ene kant
van de russen
en aan den andere kant
van de Amerikanen
en elk aan hunnen kant zaten
zowel die amerikanen als die russen
met hunne vinger op een knoppeke
klaar om daar op te duwen
en tegelijk hadden die ook schrik voor daar op te duwen
want als den ene daar op duwde
dan ging er een alarm af bij den andere
dadat die ene daar opgeduwd had
en dan en duwde die daar ook op
en dan ging heel de wereld ontploffen
en in die oorlog leefden wij
en wij
wij waren maar kinderen
wij hoorden dat half
wij snapten dat half
en wij waren bang
wij lagen wij in ons bed
met onze kop onder ons koppekussen
en wij konden totaal niet slapen
want heel der nachten lang dachten wij
dat die bommen elke moment op onze kop konden vallen
en het grellige was dat er ook hier
in belgie
in de limburg
in een klein pietepeuterig dorpke genaamd
kleinen brogel
ook zo van die raketten stonden
en iedereen in belgie
iedereen was daar tegen
behalve de politiekers
want der waren toen keiveel betogingen
iedereen wou die raketten hier weg
alhoewel niet iedereen
der waren ook mensen
die waren niet met veel
maar ze waren der wel
die voor die raketten waren
maar dat kwam
omdat die tegen de russen waren
nooit gesnapt voor watdatdat was
maar dat was wel zo
want ik weet nog goed
elken dag als kik naar tschool ging
dan passeeerde kik een raam waarop dat ne sticker plakte
en elken dag opnief als kik daar passeerde
dan keek ik naar die sticker
want ik snapte die niet
en daar stond op
liever een raket in mijne keuken dan ne rus in mijne hof.

— Geschreven door Johan op 8 Jan 2012

donderdag 5 januari – onzekere toekomst

Tijdens de schof van 12.30u wordt er druk gepraat over wat komen gaat en over wat was.

Ze roken bijna allemaal en terwijl Danuta er nog eentje opsteekt zegt ze heel ernstig dat nicotinepleisters absoluut niet helpen. Vervolgens begint ze te bellen in het Pools.

Marianne kijkt uit naar ander werk. Ze heeft iets op het oog in een restaurant op de Grotesteenweg. Maar dat blijkt nu veel meer te zijn dan enkel opdienen. Ook administratie en zo. En ze zou in shifts moeten werken, ook shifts tot laat in de avond.  En dat ziet ze niet zitten met haar kindje.

Greta: ‘Ze hadden eerder moeten vernieuwen. Vroeger stonden hier 4 mangels, nu nog maar 1 en die werkt dan nog maar den helft z’n gat.’

Anita: ‘En de oude bazen steken het op de nieuwe en de nieuwe steken het op de oude. Maar wij zitten wel met de gebakken peren.’

Greta: ‘Ergens anders gaan werken, pff. Hier hebben we zoveel vrijheid, ge zijt uw eigen baas. Of zo voelt dat toch. Op een ander ga ik zoiets niet meer vinden vrees ik.’

Danny: ‘Ander werk zoeken. We moeten wel. We staan ervoor en we moeten erdoorheen.’

Jessy: ‘Ja, ander werk zoeken. Maar ga ik nog ander werk vinden? Ik ben de 50 gepasseerd. Ik heb er schrik voor.’

Nelly: Ik heb gelezen in de krant dat het voor 50-plussers heel moeilijk is om werk te vinden.’

Danny: ‘En ga ik het wel kunnen vinden met mijn collega’s op een nieuw werk? Dat weet je niet.

Murat: ‘Ja, als het sluit ander werk zoeken. Wat anders? Mij ophangen? Van gebouw springen? In Marokko mag dat niet, zelfmoord plegen. Dat is verboden. Dan laten ze je liggen, smijten ze je in een put zonder iets.

Katrien: ‘Ja, maar ze mogen wel met een vliegtuig in een toren vliegen. Dat mogen ze wel.’

Murat: ‘Ja, da’s waar’.

Vanessa: ‘Ik werk hier al 30 jaar en ik vind het niet erg dat het gaat sluiten. Tijd voor iets anders. Het is ook normaal. Wie heeft er nu tegenwoordig  geen wasmachine en droogkast thuis?

Ik geloof niet dat het hier wordt overgenomen. Waar kan dat hier nog voor dienen? Ik denk eerder aan serviceflats of zo. Dat zou hier ideaal zijn. Ik zie dat al voor me, schone flats met zo een binnenkoer. Als wij dan oud zijn, dan komen wij hier op de binnenkoer op een bankske zitten en zeggen we: Weet ge nog vroeger? Toen dat hier een wasserette was? Hahaha.’

- tekst Caroline Rochlitz

- beeld Jimmy Kets

— Geschreven door Bart op 5 Jan 2012

woensdag 28 december – een meisje van middelbare leeftijd

Bionda  werkt hier al 12 jaar. Zij staat achter de toonbank in de 4 winkels van de wasserij. In Edegem, Brasschaat, Mechelen en hier in Antwerpen. Ze staat samen met Joline achter de balie van de natte was.  Bionda lacht en zegt dat ze 4 jobs doet voor één pre. Bionda haar man heeft darmkanker gehad. Ze hadden niet door dat het zo ernstig was toen ze in het ziekenhuis waren. Ze hebben hem onmiddellijk geopereerd en het gezwel eruit gehaald. Dat was 5 jaar geleden en sindsdien is hij gezond. En ze begrepen het wel in het wassalon, de bazen. Ze hebben er niet moeilijk over gedaan dat ze thuisbleef. Maar zij heeft ook al veel voor het wassalon gedaan. Het is geven en nemen. Ze is nog steeds verliefd op haar man zegt ze. ‘Als straks de sirene gaat dan ren ik naar huis om hem te zien. Ik ben na 34 jaar nog altijd smoorverliefd op hem.’ Ze is trots dit aan mij te kunnen zeggen. Ik sta met mijn mond vol tanden.

tekst – caroline rochlitz  foto- jimmy kets

— Geschreven door Bart op 28 Dec 2011

dinsdag 27 december – diversiteit in het wassalon

Aangezien ik ontslagen ben in het wassalon heb ik nu voldoende tijd om mijn wassaloncarrière van me af te schrijven.

Mijn collega’s in het wassalon denken vaak heel wisselend over migranten en diversiteit en daar is eigenlijk geen touw aan vast te knopen.  Onderstaand vind je twee gesprekjes die zich zonder moeite in dezelfde kantine afgespeeld hebben.

Dag 1:

Danny: ‘Ik ben een homo ja. Er zijn er die mij daarom niet af kunnen.’

Fatima: ‘Ik heb hetzelfde probleem als jou Danny. Sommige collega’s kunnen ook niet met me om omdat ik Turks ben.’

Danny: ‘Homo’s en vreemdelingen zijn altijd de klos.’

Fatima: ‘Ik kan niks goed doen. Als ik niet werk is het niet goed. Als ik werk is het ook niet goed. Als ik Turks spreek is het niet goed. Als ik Nederlands spreek is het ook niet goed. Ik weet niet wat ik moet doen.’

Heidi: ‘En onze Poolse collega’s! Die zijn superlief en werken hard.  Ok, soms is het niet evident. Als je Jusza moet uitleggen hoe de mangel werkt dan doe je dat in het Engels maar dat is moeilijk. Voor haar en voor mij. Ach ja, uiteindelijk komt dat altijd wel goed. Maar niet iedereen vindt hen tof. En dat is echt puur omdat ze Pools zijn.’

Dag 2:

Danny: ‘Al die allochtonen die hier aankomen! Daar heb ik 2 woorden voor: OCMW en dop.’

Heidi: ‘Ja, en vroeger kregen ze er nog een cheque bovenop. Maar dat is nu niet meer, dat hebben ze gelukkig afgeschaft.’

(Fatima zit erbij en schudt haar hoofd.)

Verbijsterd hoor ik dit aan, hun gesprekje van dag 1 indachtig en net als Fatima schud ik in stilte mijn hoofd.

tekst – caroline rochlitz       foto – jimmy kets

— Geschreven door Bart op 27 Dec 2011

vrijdag 23 december: hij is niet dood

Om eerlijk te zijn lijkt de wasserij soms op de recreatieruimte van een bejaardentehuis. Bonnette is één van de vaste bezoekers en doet altijd een klapke met mij. Het intrigerende is dat haar man op het ene moment morsdood is en op het volgende moment springlevend is.

‘Mijne man heeft een fles White Spirit over zijn pull gegoten en ik heb dat de  hele nacht buiten laten hangen om die geur weg te krijgen en nu kom ik het hier wassen. Ja, zo ne pull kan ik nu toch niet laten liggen.

Maar ik kom hier graag. Al 55 jaar. Maar ze zeggen dat het gaat sluiten hè. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik weet niet wat ik moet doen (ze kijkt wanhopig, alsof haar hele bestaan door de sluiting vernietigd dreigt te worden).

Er is wel een wasserette bij mij in de buurt maar daar wil ik niet binnen. Dat zijn allemaal Indiërs, Turken en Marokkanen en die denken toch anders over wassen dan wij. Die doen dat anders.  Die wassen alles op 30°. Want dat is goedkoper. En ik durf mijne was daar dan niet insteken na hunne was. Dat is mij te vuil. Dat vertrouw ik niet. Hier komt enkel proper volk. Het is nergens anders zo proper als hier. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik ben ondertussen 78 jaar, ik kan ook niet blijven sleuren met zakken was.

Ik heb al gedacht om zo es een wasserette binnen te stappen en es ne proefwas te draaien in zo een machien. Ne was met handdoeken en zakdoeken en dan kijken hoe dat eruit komt. Ik gaan wel moeten, ik heb geen keus.

Toen mijne man nog leefde hebben we geprobeerd een wasmachien te zetten in de badkamer maar we konden geen fatsoenlijke afloop steken. Tja, en dan houdt het op hè.’

Even denk ik dat het mis begrepen heb maar ze kijkt zo vol overtuiging naar me dat ik er nog niet over peins haar te verbeteren.  Hij is vast een fijne man geweest en hij is niet dood maar wel onhandig aangezien hij een fles White Spirit over zijn pull heeft gegoten. Ik vind het goed.

tekst: Caroline Rochlitz – foto: Jimmy Kets

— Geschreven door Bart op 23 Dec 2011

dinsdag 20 december – liefde in goede en kwade dagen

Ze komen hier al sinds de jaren ’40. Hij en zijn vrouw zijn gepensioneerd. Sinds hij ook op pensioen is helpt hij haar met de was en de boodschappen. Zijn vrouw rolt haar ogen onmerkbaar onder haar voorhoofd. Hij gaat rustig door met de sokken op te vouwen en wijst zijn vrouw erop dat er een sok ontbreekt en dat er dus 1 paar niet volledig is. Zij trekt haar neus op en rolt opnieuw met haar ogen.

Caroline Rochlitz – Foto: Jimmy Kets

— Geschreven door Bart op 20 Dec 2011

maandag 19 december – Afscheid nemen

Voor een nieuw project van het fenomenale MartHa!tentatief ben ik sinds enkele dagen welhaast dagelijks te vinden  in een oud wassalon. Je kan er zelf wassen en drogen en strijken maar je kan ook gewoon je was afgeven en dan wassen zij voor jou! Als dat niet prachtig is.

Dit wassalon werd opgericht op een zomerse zondag in augustus 1933. Het (toen nog gloednieuwe) concept sloeg onmiddellijk aan.  Langzaam maar zeker werden ze groot en de oorlog overleefden ze zonder grote brokken te maken en vanaf de jaren ’60 kon het feest niet op. In die jaren werkten er 300 mensen en dit wassalon was gewoonweg ‘the place to be’.

In 1973 ging het de foute kant op met de oliecrisis en eigenlijk is die neerwaartse spiraal nooit meer gestopt.

De realiteit op dit moment is als volgt:

Nu werken er nog maximum  45 mensen en vandaag op deze regenachtige dag in december 2011 legt het bedrijf de boeken neer en wacht men  op de komst van de curator.

Ik denk aan Hortense die er beginnen werken is op haar 14 en nu 68 is en nog steeds twee dagen per week komt werken omdat ze haar ‘tweede thuis’ niet missen kan.  Ook Francine en Mia zijn er begonnen op hun 15. Maar zij kunnen op pensioen gaan. Ik denk aan al degenen tussen de 45 en 55 jaar die bang zijn om hun toekomst. Wesley zegt dat hij compassie heeft met al die collega’s want hij is nog maar 29 en is sterk en handig en dus zal werk vinden geen probleem zijn. ‘Maar wat met al die theedrinkende vrouwtjes?’ zegt hij.

En ineens moet ik denken aan mijn eigen vader die van zijn 20 jaar in een konijnenlooierij gewerkt heeft bij zijn nonkel en het dan heeft overgenomen op zijn dertigste en daar dag en nacht gewerkt heeft tot zijn 65e. Dat is 45 jaar. Dag in dag uit. En tot mijn verdriet en schaamte moet ik erkennen dat ik me de laatste dag van de looierij niet kan herinneren. En niet omdat ik in een coma lag maar omdat ik er gewoonweg geen aandacht aan besteed heb. Was er nog iemand over van de werknemers om een glas mee te drinken? Of heeft hij die laatste dag helemaal alleen die deur dicht gedaan terwijl mijn moeder hem vanuit het keukenraam  gadesloeg? Waarom was ik niet daar? Waar was ik in godsnaam?

Met een baksteen in mijn maag heb ik het wassalon vandaag verlaten. Men heeft mij gevraagd niet meer terug te komen. Het is nu allemaal te gevoelig geworden.

Goed dat ik hier wel bij was.

Caroline

tekst: Caroline Rochlitz  -  foto: Jimmy Kets

— Geschreven door Bart op 19 Dec 2011

dinsdag 25 oktober – en toen kreeg de jowan ne flash (1)

…en toen kreeg de jowan ne flash.
Ik zat ergens in berchem in een bakkerij ne koffie te drinken met den dirk. We klapten over pol verhaeghe die nen boek had geschreven getiteld: het einde van de psychotherapie. En die pol verhaeghe beweert in dat boek, maar ook in een interview in den humo, dat er tegenwoordig superveel kinderen zijn met adhd en autismespectrumstoornissen en dyslexie en dyscalculie. En dat elk ’speciaal’ kind tegenwoordig een etiket krijgt opgeplakt waarop staat, wat voor soort kind dat het is. Hij zegt ook nog dat de hulpverlening de schuld niet meer bij de kinderen of hun ouders legt. Nee, de hulpverlening gaat er van uit dat er in de hersenen van die adhdejers een hoop schakelingen verkeerd geschakeld zijn. En Pol Verhaeghe beweert dat daar wetenschappelijk geen bewijs voor is. Hij vindt het ook verkeerd dat de dokters en psychologen al die adhdejers rilatine geven. De meeste adhdejers zijn volgens hem eigenlijk gewoon drukke kinderen die, als ge ze goed opvoedt en begeleidt, perfect kunnen functioneren. En hij vond ook nog dat al die klein mannen van tegenwoordig zo onrustig en nerveus zijn, omdat de wereld van vandaag zo versplinterd is, dat er teveel informatie is, teveel keuze en dat alles te rap gaat en te druk is.
En ik word altijd een beetje onrustig als ik zo ne parlé hoor. Omdat ik zelf ADHD heb. Allé, ik ben daar niet zeker van, maar ik heb ooit nen test op het inertnet gedaan. En volgens die test had ik ADHD. En ik was eigenlijk heel blij toen ik dat etiketje op mijn vest kon plakken. Want ineens begreep ik waarom ik heel den tijd mijne frak kwijt geraak, waarom ik boeken vergeet terug te brengen naar de bibliotheek en waarom handschoenen bij mij in het beste geval éne winter meegaan. En ik was blij, omdat ik, sinds ik dat weet, van mijn schuldgevoel vanaf zijn. Omdat het niet gaat over een gebrek aan wilskracht, maar wel om een structurele fout in mijn hersenen. Dat etiket zorgt ervoor dat ik de dingen nu anders aanpak. In plaats van ‘harder mijn best te doen’, verplicht ik mijn eigen om elke morgen in mijnen agenda te zien. Ik stuur heel den tijd mails naar mijn eigen om te zeggen wat ik nog allemaal moet doen en ik gebruik mijne gsm als een soort van extern geheugen. Ik ben echt superblij met al die etiketten. Omdat er daardoor geen ’stoute kinderen’ niet meer bestaan. Omdat er nu veel meer dan vroeger naar oorzaken wordt gezocht. En toegegeven, de oplossingen zijn niet altijd juist. Er wòrden te gemakkelijk en te veel pillen voorgeschreven. We leven sneller, er is weinig tijd en er we hebben te veel stress. Dat zijn de problemen van onzen tijd. Maar waar ik de boebelen van krijg, waar ik echt van in blazen trek, dat is, dat er ergens achter de parlé van Pol Verhaeghe, onuitgesproken, een gevoel sluimert dat het vroeger beter was. En dat kan ik niet aan. Want het was vroeger niet beter. Het was anders. Elken tijd heeft zijn eigen gebreken.

— Geschreven door Johan op 25 Oct 2011